Nieuwkomers willen werken, maar lopen vast op versnipperde hulp, trage procedures en taallessen die slecht aansluiten op werk. De SER pleit voor één doorgaande lijn van aankomst tot duurzaam werk op niveau. Gemeenten zouden een wettelijke taak en structureel geld moeten krijgen om nieuwkomers direct te begeleiden naar werk en participatie.
In het advies Van aankomst naar toekomst constateert de Sociaal-Economische Raad (SER) dat talent blijft liggen: acht jaar na statusverlening werkt 57 procent van de statushouders, tegen 73 procent van de totale beroepsbevolking. Van de Oekraïners werkt een groter percentage, maar wel vaak onder hun opleidingsniveau. Werk loopt bovendien vaak via tijdelijke (uitzend)contracten. De SER wil dat gemeenten de wettelijke taak krijgen om ook kansrijke asielzoekers en Oekraïense ontheemden naar werk te begeleiden. Het idee is dat elke nieuwkomer één vaste begeleider krijgt die het traject door alle fasen bewaakt, terwijl werkgevers bij het werkgeversservicepunt één aanspreekpunt vinden.
Vroeg beginnen, slim koppelen
Gemeenten zouden al bij aankomst zicht moeten krijgen op talenten en ambities, via een scan die de basis vormt voor het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie. Dat plan reist mee tussen IND, COA en gemeente, zodat niet steeds opnieuw een intake gedaan moet worden. Ook wil de SER dat een baan of baanaanbod zwaarder meeweegt bij de keuze in welke gemeente iemand komt te wonen. Nu geeft de taakstelling vaak de doorslag.
Minder botsende doelen
Uitvoerders worstelen nu met een stapeling van doelen: inburgeringseisen halen, snel uitstromen uit de bijstand en tekortsectoren bedienen. De SER wil dat volwaardige arbeidsdeelname voorgaat, ook boven snelle uitstroom uit de uitkering. Taal op de werkvloer zou kunnen meetellen voor het inburgeringsdiploma. Dat geeft klantmanagers meer ruimte om werk en inburgering te combineren.
Nieuwe taken vragen nieuw geld
De raad benadrukt dat de aanpak alleen werkt als vooral gemeenten structureel geld, capaciteit en instrumenten krijgen. Bijvoorbeeld voor de basisinfrastructuur van intake, begeleiding, taal en randvoorwaarden. Daarnaast vraagt de SER om gezamenlijke kwaliteitscriteria, zodat begeleiding en taalonderwijs minder per gemeente verschillen. ‘De SER adviseert om vanuit de overheid en in samenwerking met de VNG verder te verkennen welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de grote kwaliteitsverschillen tussen gemeenten te beperken.’ Een kwaliteitskeurmerk voor NT2-docenten zou bijvoorbeeld een rol kunnen krijgen als kwaliteitswaarborg voor taal op de werkvloer.
Sectoren als techniek, zorg en bouw willen instroomprogramma’s meefinancieren. Dit gebeurt ook al regelmatig. Gemeenten ondersteunen soms met resultaatfinanciering als een traject slaagt. De SER pleit ervoor om dit soort afspraken te versterken en uit te bouwen.




Geef een reactie