OpiniePrestaties meten in het welzijnswerk

0

Het is de laatste jaren steeds gebruikelijker om de prestaties van gesubsidieerde instellingen te meten. Wat krijgen we nu eigenlijk voor ons geld?

COLUMN –  

Waar we in het verleden iets te gemakkelijk een zak

met geld meegaven met de woorden “veel plezier ermee!”, slaat de weegschaal nu

door naar de andere kant. We willen tot op de cent nauwkeurig weten wat onze

investering heeft opgeleverd. Hier wordt iets te snel voorbijgegaan aan het

feit dat het om complexe producten gaat die zich niet zo makkelijk laten meten.

Hoe komen we nu tot een bruikbaar instrument? Ook voor mij is dit nog steeds

een leerproces.

Waarom willen we prestaties meten? Ik kan nu de gemene opmerking maken dat de overheid alles

klakkeloos kopieert wat er in het bedrijfsleven gebruikt wordt, maar er zit wel

een bruikbare dimensie aan.

Not done

In het verleden gaven we het gemeentelijk geld iets te

gemakkelijk weg. Vooral in kleinere gemeenten zat je toch aan een bepaalde

instelling vast en je had geen enkel belang om deze over de kop te laten gaan.

Wanneer de subsidie niet het resultaat opleverde van wat je had gehoopt, maakte

je voor het jaar erop betere afspraken. Het jaar daarna was het dan hetzelfde

liedje. Het was immers ‘not done’ om bij bijvoorbeeld een andere welzijnsinstelling

producten in te kopen. De gedachten hierover zijn in de loop van de tijd anders

geworden.

 

Daarnaast zijn de komende bezuinigingen een reden om te

kijken of het geld wel doelmatig wordt ingezet. Ambtenaren kijken of ze niet

twee keer hetzelfde product inkopen bij organisaties. Invullen van formulieren

of hulp bij armoede zijn twee voorbeelden van producten die door diverse

instellingen worden  aangeboden.

 

De tijd is daarom meer rijp geworden om afspraken over

prestaties te maken. Maar het maken van deze afspraken, is geen product dat

eenzijdig vanuit de gemeente op papier kan worden gezet.

 

Proces

Het voorbeeld van een welzijnsinstelling kan uitkomst

bieden. Zo’n instelling kan een arsenaal aan producten bieden die afgevinkt

kunnen worden. Je stuurt dan op de output van die welzijnsinstelling. Maar de

outcome (= het resultaat) hoeft hierdoor niet behaald te worden. De verkeerde

producten zijn dan ingezet. Aan de andere kant heeft de welzijnsinstelling

altijd te maken met coproducenten van een gewenste outcome. Met andere woorden:

je bent afhankelijk van het functioneren en de inzet van andere partijen om tot

een goed resultaat te komen.

 

Daarom is het belangrijk om na het opleveren van de

jaarcijfers met elkaar in gesprek te gaan over hoe de geleverde prestaties

geïnterpreteerd moeten worden. Mijn eigen voorkeur is om dit te doen met de

professionals van de werkvloer zelf. Zij kunnen aangeven in welk licht de

geleverde cijfers gezien moeten worden. Dan kun je als gemeente beslissen of de

argumenten voldoende hout snijden of niet. Het belangrijkste is dat de

leverende partij een mondelinge toelichting kan geven waarom een resultaat is

behaald of niet.

 

Ook is het belangrijk dat de prestaties niet direct grote

gevolgen hebben voor de subsidie voor het jaar daarop. De kans is groot dat er

dan gekunstelde resultaten worden gepresenteerd en dat de organisatie zich meer

richt op het presenteren van de cijfers in plaats van de handen aan het bed te

hebben.

 

Tenslotte is mijn tip om de gewenste prestaties van te

voren te bespreken met de instelling. Op deze manier weet je of je haalbare

doelen stelt. Niemand heeft er iets aan wanneer je als gemeente doelen stelt

die niet behaald kunnen worden. In dat geval is de kans groter dat een

organisatie iemand invliegt die goed is in het presenteren van cijfers. Een wie

houden we dan voor de gek?

 

Valkuilen

Ik heb zelf veel gehad aan het boek ‘prestatiemeting in de

publieke sector van Hans de Bruijn. Het is een makkelijk leesbaar boek over de

randvoorwaarden waaraan een goede prestatiemeting moet voldoen. Hij noemt een

valkuilen waardoor niet -gewenste effecten ontstaan in de prestatie afspraken.

Door deze valkuilen zichtbaar te maken, krijg je een aantal handvatten om tot

goede afspraken te komen. Ik ga ze in ieder geval toepassen!


Monique Veldt is beleidsmedewerker Wmo bij de gemeente Delfzijl

Volg Gemeente.nu op Twitter.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer