Vlak voor het reces stuurde minister Hermans van VWS de Tweede Kamer een overzichtsbrief over de ontwikkelingen rond drugsbeleid. Gemeenten met zowel alcohol- als drugsproblematiek moeten aan de slag met een gecombineerde brede aanpak.
De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) werken nauw samen aan het drugsbeleid. VWS richt zich hierbij op preventie en JenV is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de Opiumwet en het verminderen van het aanbod. Vandaar dat Hermans deze brief ook namens JenV aanbiedt aan de Tweede Kamer.
Ketaminegebruik onder de loep
Voor een aantal onderwerpen wordt in deze brief de stand van zaken van dit moment weergegeven. Het gaat onder meer over onderzoek naar de toename van het niet-medische ketaminegebruik. Als voorlopige oplossingen wordt ingezet op versterking en monitoring, preventie, verbetering wet- en regelgeving en zowel op nationaal als Europees vlak de samenwerking verbeteren.
Het kabinet ziet op basis van de grote complexiteit rond dit middel nog onvoldoende grond om het middel al op een van de verbodslijsten van de Opiumwet te plaatsen. Daarvoor is meer internationaal overleg nodig. Wel spreekt Hermans in de brief uit dat: ‘een integrale, samenhangende aanpak noodzakelijk is om de risico’s van ketamine voor de volksgezondheid en samenleving te beperken’.
Rioolonderzoek
Een ander onderwerp dat aan bod kwam in deze update aan de Tweede Kamer, was het rioolwateronderzoek dat voortaan elk jaar zal plaatsvinden en verder wordt uitgebreid. Momenteel wordt er gemeten op vijf drugscategorieën: cocaïne, Crystal meth (methamfetamine), XTC (MDMA), speed (amfetamine) en designerdrugs (waaronder 3‑CMC en 4‑CMC). Het Kabinet overweegt crackcocaïne en ketamine ook op te nemen in dit jaarlijkse onderzoek, gezien de recente en zorgwekkende ontwikkelingen in het drugsgebruik.
Preventiecampagnes
Verder wordt de campagne over de negatieve gevolgen van drugsgebruik voor de samenleving voortgezet. Hermans: ‘Drugsgebruik brengt negatieve gevolgen met zich mee voor de maatschappij, zoals dumpingen van drugsafval in de natuur, liquidaties in het criminele circuit en serieuze gezondheidsincidenten bij mensen die drugs gebruiken’. Het kabinet vindt het daarom belangrijk dat er meer bewustwording over de negatieve kanten van drugsgebruik komt bij gebruikers.
Dat geldt ook voor het drugsgebruik onder studenten op hogescholen en universiteiten. Veel van hen starten een nieuw leven op een nieuwe plek wanneer zij gaan studeren. Het toezicht en de invloed van ouders nemen in deze periode af en jongvolwassenen kunnen makkelijker in aanraking komen met drugs. Daarom zijn het hbo en het wo volgens het Kabinet ‘een belangrijke setting voor drugspreventie’.
Gecombineerd drugspreventieplan
Hermans gaat ook in op het voorstel gemeenten te verplichten ‘een preventie- en handhavingsplan drugs op te laten stellen, conform de geldende verplichting voor een preventie- en handhavingsplan alcohol’. De minister realiseert zich dat het opstellen en het actueel houden van zulke plannen extra werk voor gemeenten met zich meebrengt. Wel wijst zij op een duidelijke meerwaarde wanneer het alcohol- en drugsbeleid in één plan wordt gecombineerd. ‘Veel van de aan deze middelen gerelateerde problematiek kent dezelfde onderliggende risicofactoren en vraagt om deels dezelfde preventieve interventies’, aldus Hermans in de brief. Sommige gemeenten zien dit zelf ook in en slaan daarom al een brug tussen hun alcohol- en drugspreventiebeleid. Soms nemen ze daarin ook al roken en vapen mee.
Inventarisatie onder gemeenten
Het Trimbos-instituut heeft een inventarisatie uitgevoerd naar gemeenten die al een middelenbreed preventieplan hebben. Uit de inventarisatie blijkt dat slechts een beperkt aantal gemeenten (29) middelen brede preventie-en handhavingsplannen heeft. Dat is minder dan 10 procent van alle gemeenten.
Dit betekent overigens niet dat de overige gemeenten geen oog hebben voor drugsbeleid en drugspreventiebeleid. Bijna alle gemeenten hebben een integraal veiligheidsplan (IVP) en een gezondheidsnota, waarin regelmatig ook aandacht aan alcohol- en drugspreventie wordt besteed. Daarnaast hebben gemeenten (bijna) altijd maatregelen in hun APV opgenomen die zijn gericht op drugsoverlast en handel in drugs. Verder hebben veel gemeenten een coffeeshopbeleid.
Modelplan lokale drugspreventie
Het kabinet richt zich met name op gemeenten waar zowel problematiek rond alcohol als drugs speelt. Die zouden een gecombineerd middelenpreventiebeleid moeten gaan voeren. Het Trimbos-instituut heeft specifiek voor lokaal drugspreventiebeleid een modelplan drugsbeleid voor gemeenten ontwikkeld. Ook hebben regionale instellingen voor verslavingszorg een basispakket preventie opgesteld om gemeenten te ondersteunen in het opstellen van een integraal preventiebeleid. Dit zal samen met voorbeelden van gemeenten die al een middelenbreed preventiebeleid voeren, een positieve impuls zijn voor andere gemeenten.
Geen algehele verplichting
De inzet van deze plannen door gemeenten vraagt om maatwerk, afgestemd op de gemeentelijke problematiek, zo stelt Hermans. Het kabinet ziet om die reden geen directe noodzaak om zo’n plan voor alle gemeenten te verplichten. Wel zal het kabinet de ontwikkelingen in gemeenten met een drugs- of middelenbreed preventieplan periodiek blijven monitoren. Over die resultaten vindt dan in eerste instantie overleg plaats met de VNG.




Geef een reactie