Gemeenten deden het in 2024 financieel beter dan in het jaar ervoor en het gevreesde ‘ravijn’ is voorlopig gedempt. Toch blijven er zorgen over de financiële toekomst. Dat blijkt uit de jaarlijkse benchmark van BDO-accountants, die deze week is gepresenteerd.
Over 2024 konden de gemeenten een gezamenlijk overschot noteren van 2 miljard euro. De belangrijkste achterliggende redenen zijn incidente meevallers, zoals de verkoop van grond woningbouw. Ook de late ontvangst van middelen en een tegenvallende uitvoeringskracht hebben ervoor gezorgd dat niet alle ambities en plannen konden worden gerealiseerd. Zodoende bleef er geld over.
Overschot in 2024
Het overschot moet dus niet worden gezien als een nieuwe structurele ontwikkeling, maar eerder als één zwaluw. ‘Schijn bedriegt’ is dan ook de naam van de BDO-benchmark voor Nederlandse gemeenten. Hierin wordt de financiële situatie in beeld gebracht aan de hand van de jaarcijfers over 2024 en de primitieve begrotingen 2025 en 2026-2029. Als gevolg van het overschot in 2024 krijgen de gemeente gezamenlijk een 8,4 voor hun financiële positie in 2024, vergeleken met 7,6 in 2023. ‘Een heel positief beeld’, aldus Marc Steehouwer, partner bij BDO en voorzitter branchegroep Overheid. ‘Maar schijn bedriegt als je kijkt naar de komende jaren, want er blijven zorgen om financiële kwetsbaarheden.’
Ravijnjaar
Het gevreesde ‘ravijnjaar’ is voorlopig afgewend, zo blijkt. Het Rijk heeft met extra middelen het Gemeentefonds gestut, waardoor het gat is verkleind. Gemeenten hebben zelf ook maatregelen genomen, bijvoorbeeld door taakstellingen op te nemen in de begrotingen of reserves in te zetten. Met alle maatregelen is het ravijn weliswaar voorlopig gedempt, maar op lange termijn blijven de uitdagingen groot.
Maatschappelijk vastgoed niet op de begroting
Zo blijft de bekostiging van de jeugdzorg volgens BDO een uitdaging. Vanaf 2028 zijn bijvoorbeeld nog bezuinigingen op de jeugdzorg door het Rijk ingeboekt, terwijl al lang is gebleken dat deze kosten voor gemeenten moeilijk beheersbaar zijn. Ook voor noodzakelijke investeringen in maatschappelijk vastgoed zijn geen of te weinig middelen opgenomen in veel gemeentebegrotingen. Als gemeenten geen actie ondernemen worden deze uitdagingen alleen maar groter, met een negatieve impact op de leefbaarheid tot gevolg.
Steehouwer doelt daarbij met name op de meerjarige investeringen voor maatschappelijk vastgoed. Voor groot onderhoud of vervanging van scholen, sporthallen en zwembaden is lang niet in elke gemeente geld gereserveerd in de begroting. ‘Dat brengt forse risico’s met zich mee, want ze ontberen vaak buffers om deze toekomstige kosten op te vangen’, zegt Steehouwer. Dat kan tot gevolg hebben dat gemeenten hun reserves hiervoor moeten aanspreken, indien mogelijk. Doen ze dit niet, verdwijnen er straks zwembaden en moeten leerlingen blijven zitten in schoolgebouwen die niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd.
Gebrek aan uitvoeringskracht
Het ontbreekt gemeenten ook aan uitvoeringskracht, concludeert BDO verder. Uit de cijfers over 2024 is gebleken dat gemeenten over de hele linie onvoldoende in staat waren om plannen en ambities ook daadwerkelijk uit te voeren. Plannen blijven op de plank, onder meer door een gebrek aan ambtelijke capaciteit. En het ziet er niet naar uit dat die uitvoeringskracht snel verbetert.
Versnipperd beeld
Het financiële landschap van gemeenten laat een flink versnipperd beeld zien. Zo wacht de gezamenlijke gemeenten tot en met 2029 een tekort van 2 miljard euro, lager dan eerder werd verwacht. Ruim een derde van de gemeenten begroot structurele overschotten, de andere gemeenten hebben te maken met in totaal een tekort tot en met 2029 van 3,4 miljard euro.
Steehouwer: ‘Dat betekent overigens niet dat elke gemeente met een begroot overschot ook direct financieel gezond is. De verschillen tussen een overschot of tekort worden volgens hem vooral veroorzaakt door begrotingskeuzes. ‘Gemeenten hebben relatief veel vrijheid op dit gebied. Ze kiezen er bijvoorbeeld voor om taakstellingen al dan niet op te nemen in de begroting, financiële reserves in te zetten of investeringen door te schuiven. Op die manier ontstaat echter geen eenduidig beeld van hun daadwerkelijke financiële positie.’
Aanbevelingen
BDO adviseert gemeenten daarom meer te laten zien op de begroting. ‘Begroot vanuit de inhoud, kijk wat je wilt bereiken en koppel daar vervolgens de middelen aan. Nu gebeurt bij veel gemeenten het tegenovergestelde.’ Verder is het voor alle gemeenten van groot belang om hun uitvoeringskracht te vergroten en plannen daadwerkelijk te realiseren. Tot slot zou er serieuzer en gedetailleerder naar de begrotingen moeten worden gekeken. ‘Dan zie je wat er ontbreekt, maar wel in zou moeten staan.’


Geef een reactie