De internetconsultatie over de initiatiefwet voor een neutraal boa-uniform is geopend. Het wetsvoorstel regelt een wettelijk verbod op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging door buitengewoon opsporingsambtenaren die bij hun taakuitoefening in contact met het publiek een uniform of bedrijfskleding dragen.
Volgens de initiatiefnemer is een neutrale uitstraling noodzakelijk, omdat boa’s overheidstaken uitvoeren waarbij zij gebruik kunnen maken van dwangmiddelen en geweldsbevoegdheden.
Aanleiding voor het wetsvoorstel is de discussie die ontstond nadat verschillende gemeenten het dragen van religieuze uitingen, zoals een hoofddoek, bij het boa-uniform wilden toestaan of al hadden toegestaan. Volgens de initiatiefnemer leidt dit tot verschillen tussen gemeenten en kan dit afbreuk doen aan de neutrale uitstraling van de handhaving. Eerdere richtlijnen van het ministerie over zogenoemde ‘lifestyle-neutraliteit’ bleken niet afdwingbaar, waardoor werkgevers ruimte hielden om eigen keuzes te maken.
Landelijke regels
De memorie van toelichting beschrijft dat de Tweede Kamer zich de afgelopen jaren meerdere keren heeft uitgesproken voor landelijke regels over een neutraal boa-uniform. Een eerder plan van het kabinet om het verbod via een algemene maatregel van bestuur te regelen, kreeg echter een negatief advies van de Raad van State. Volgens de Raad van State is hiervoor een formele wet nodig, omdat het voorstel raakt aan de vrijheid van godsdienst.
EVRM
Het verbod beperkt volgens de initiatiefnemer inderdaad de vrijheid van godsdienst en mogelijk ook de vrijheid van meningsuiting en privacy. Toch wordt deze beperking volgens de initiatiefnemer gerechtvaardigd geacht. Daarbij wordt verwezen naar nationale en internationale wetgeving, zoals artikel 6 van de Grondwet en artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Volgens de initiatiefnemer is het doel van het verbod het waarborgen van een neutrale overheid. Omdat boa’s zichtbaar gezag uitoefenen namens de overheid, zou het belangrijk zijn dat burgers hen als onpartijdig ervaren. Het verbod wordt als beperkt en proportioneel gepresenteerd: het geldt alleen tijdens publieke werkzaamheden in uniform en niet voor boa’s buiten dienst of zonder uniform.
De toelichting gaat ook in op gelijke behandeling en discriminatie. Er wordt erkend dat het verbod in de praktijk sommige religieuze groepen harder kan raken dan andere, bijvoorbeeld vrouwen die een hoofddoek dragen. Toch stelt de initiatiefnemer dat geen sprake is van verboden discriminatie, omdat het verbod een legitiem doel dient en noodzakelijk zou zijn voor een neutrale publieke taakuitoefening.
De internetconsultatie staat open tot en met 12 juni 2026.



Geef een reactie