Het kabinet wil een nationale grondbank oprichten om meer regie te krijgen op de inrichting van de schaarse ruimte in Nederland. Door strategisch gronden aan te kopen, moet grond sneller beschikbaar komen voor onder meer woningbouw, energieprojecten, defensie, natuur en bedrijvigheid.
Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over het voornemen om een grondbank op te richten. Met deze nieuwe voorziening wil het Rijk een grotere portefeuille van ruilgronden opbouwen, zodat belangrijke maatschappelijke projecten sneller, slimmer en tegen lagere kosten kunnen worden gerealiseerd. Een definitief besluit over de oprichting wordt begin 2027 verwacht.
Volgens de minister kan de grondbank bijdragen aan het versnellen van uiteenlopende ruimtelijke opgaven. Door zelf gronden aan te kopen en beschikbaar te houden voor toekomstige ontwikkelingen, krijgt het Rijk meer mogelijkheden om actief te sturen op de inrichting van Nederland. De minister noemt daarbij onder meer woningbouw, defensie, natuurontwikkeling en ruimte voor bedrijven als belangrijke doelen.
Grotere voorraad ruilgronden
Het Rijk beschikt momenteel al over verschillende grondbanken. Zo richt de Nationale Grondbank van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur zich op landbouw- en natuurdoelen. Daarnaast beheert het Rijksvastgoedbedrijf een portefeuille van circa 2.000 tot 2.500 hectare aan ruilgronden die wordt ingezet voor urgente nationale opgaven.
Volgens het kabinet is deze bestaande voorraad echter te beperkt en onvoldoende verspreid over het land om alle toekomstige ruimtelijke opgaven te ondersteunen. De nieuwe grondbank moet daarom uitgroeien tot een grotere, landelijk dekkende ruilgrondenportefeuille die bestaande initiatieven aanvult en versterkt.
Gefaseerde opbouw
Het kabinet wil de grondbank stapsgewijs ontwikkelen. Daarbij vormt de huidige ruilgrondenportefeuille van het Rijksvastgoedbedrijf het uitgangspunt. In eerste instantie zal de focus liggen op het beschikbaar maken van gronden voor grote nationale opgaven.
Voordat een definitief besluit wordt genomen, werkt het kabinet verschillende randvoorwaarden verder uit. Daarbij gaat het onder meer om de organisatie van de grondbank, de kaders voor aan- en verkoop van gronden, de financiering en de samenwerking met bestaande sectorale en provinciale grondbanken.




Geef een reactie