Het ministerie van OCW heeft twee meerjarige samenwerkingsprogramma’s met gemeenten laten evalueren: Veilige Steden en Regenboogsteden. De conclusie is positief — beide programma’s zijn doeltreffend en doelmatig — maar er zijn ook duidelijke verbeterpunten.
Onderzoeksbureau KWINK groep voerde de evaluaties uit en presenteerde de bevindingen op 8 mei 2026. De rapporten worden naar de Tweede Kamer gestuurd. Een uitgebreide beleidsreactie volgt in de emancipatienota van najaar 2026.
Wat zijn de programma’s?
Veilige Steden richt zich op het vergroten van de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte en bij het uitgaan. Aan dit programma doen 25 gemeenten mee. Het programma Regenboogsteden werkt aan de acceptatie en sociale veiligheid van lhbtiq+ personen en telt 56 deelnemende gemeenten. Beide programma’s lopen van 2023 tot en met 2026. Gemeenten ontvangen financiering van OCW en worden inhoudelijk ondersteund door kennisinstituut Movisie.
Wat werkt goed?
Met relatief beperkte rijksmiddelen weten gemeenten lokaal een brede beweging op gang te brengen. De financiële bijdrage van OCW schept politieke legitimiteit, zorgt ervoor dat gemeenten eigen middelen en capaciteit vrijmaken en maakt structurele samenwerking met lokale partners mogelijk. Movisie wordt breed gewaardeerd als kennispartner. Deelnemende gemeenten rapporteren sterkere netwerken, meer politieke aandacht en toegenomen kennis over effectieve interventies.
Wat kan beter?
Een belangrijk knelpunt is monitoring. Gemeenten meten incidenten, maar structurele meting van veiligheidsgevoelens en de effectiviteit van afzonderlijke interventies ontbreekt grotendeels. Daardoor is de directe impact op de doelgroep moeilijk vast te stellen. Ook de regionale samenwerking tussen gemeenten blijft onderbenut. Voor Veilige Steden adviseert de evaluatie bovendien om de nadruk op ‘weerbaarheid’ te verminderen, omdat dit het risico op victim blaming met zich meebrengt en minder aansluit bij wat bewezen effectief is.
De evaluatierapporten Regenboogsteden en Veilige Steden zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.




Geef een reactie