OpinieGemeenten hebben krachtig middenbestuur nodig

0

Opschalen van het middenbestuur staat gelijk aan het afkalven zelfredzaamheid omdat de lokale overheid te ver afstaat van het centrum van de macht.


– opinie – Marijn Molema

Als provincies worden opgeschaald naar landsdelen, wordt de balans tussen lokaliteit en centraliteit verstoord. Hierdoor neemt de stimulans tot zelforganisatie af.

Nederland kent sinds eeuwen een efficiënte wisselwerking tussen lokale krachten en de centrale macht. In ons moderne bestuur verankerd de provinciale bestuurslaag een efficiëntie communicatie tussen beide. Provincies helpen om lokale plannen en ideeën aan nationale beleidsdiscussie te koppelen. Tevens dragen zij bij aan een vertaling van centraal beleid in lokale en concrete uitvoeringsprogramma’s. Duitstaligen spreken van een Gegenströmprinzip. Daarmee bedoelen zij een mechanisme waar in plaats van eenrichtingsverkeer verschillende bestuurslagen elkaar ontmoeten en een productieve relatie aangaan.

Local governance

Plannen en ideeën op lokaal niveau zijn er in overvloed. Een domein waarin het wemelt van de initiatieven, is het economische beleidsterrein. Geworteld in een streven naar behoud van onze welvaart in tijden van mondiale concurrentie, bouwen burgers en organisaties aan lokale samenwerkingsverbanden. Het gaat bijvoorbeeld om de ‘4xO strategie’, waarbij de O’s staan voor overheden, ondernemers, onderzoek en onderwijs. De 4 O’s hebben elkaar nodig in de zoektocht naar innovatieve producten. Ieder vanuit zijn eigen perspectief weet een cruciaal aspect van innovatie in te brengen. Korte afstanden, gedeelde cultuur en gezamenlijke infrastructuur, maken dit soort samenwerkingsverbanden een lokale aangelegenheid. Denk bijvoorbeeld aan Brianport Eindhoven, Energy Valley Groningen of de Food Valley in de Gelderse vallei.

De kracht van het middenbestuur

Lokale samenwerkingsverbanden sluiten aan bij nationale beleidsontwikkelingen en komen hier deels uit voort. De kracht van het middenbestuur is dat zij met kennis en expertise van nationaal beleidsprocessen de lokale initiatieven kan steunen. Daarnaast kunnen provinciale politici en beleidsmakers de lokale initiatieven naar een hoger, nationaal plan tillen. Belanghebbenden op lokaal niveau zijn zich hier goed van bewust. Het is een stimulans om de samenwerking goed vorm te geven, zodat met één mond gesproken richting het middenbestuur gesproken kan worden. Die kan de lokale presentatie doorgeven op, bijvoorbeeld, het Ministerie van Economische Zaken.

Efficiënt beleid

Het gevolg daarvan is dat lokale krachten gestimuleerd en uitgedaagd worden om regionaal-economische plannen te smeden – zie de rijkdom aan allianties in het economisch mozaïek van Nederland. Het beleid zelf wordt hierdoor concreter. Ook op nationaal niveau omdat ‘Den Haag’ niet op de hoogte kán zijn van de lokale cultuur en infrastructuur. Voor nationale beleidsmakers is de lokale kracht van essentieel belang om de algemene richting van (economisch) beleid te vertalen naar concrete acties en uitvoeringsprogramma’s.

Behoud het goede

Deze kwaliteit van het Nederlandse bestel moet behouden worden. Onderhoud of zelfs verbouwing van het Huis van Thorbecke zal in een andere richting gezocht moeten worden. Het opschalen van de twaalf provincies naar vijf landsdelen zal de intermediaire rol van het middenbestuur verkleinen. Lokale politici, beleidsmakers, ondernemers, burgers en andere betrokkenen zullen moeilijker in contact kunnen komen met het centrum van de macht. De stimulans om lokaal met één mond te spreken, zal afkalven omdat degene die moet luisteren nu eenmaal verder weg komt te staan.

Economisch beleid wordt niet langer door overheden alleen gemaakt: het bedrijfsleven en kennisinstellingen zijn nauw betrokken. Dit draagt fundamenteel bij aan de innovatie van Nederland. Des te belangrijker is goede wisselwerking met landelijke beleidsagenda’s. De twaalf provincies borgen de interactie tussen lokaliteit en centraliteit. In een klein land als Nederland past een grotere afstand tussen beide niet.

 


Over de Auteur:
Marijn Molema is onderzoeker Regionale Economie aan Hogeschool Windesheim. Hij schrijft deze opinie op persoonlijke titel.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer