Akkoord over cao sociale werkvoorziening

0

Werkgevers en vakbonden hebben vrijdag 23 november 2012 een principeakkoord gesloten voor de cao sociale werkvoorziening (SW).

Als de achterban van alle partijen instemt dan heeft dit akkoord een looptijd van 1 december 2012 tot en met 31 december 2013.

De cao SW is tot stand gekomen in de context van een slechte economische situatie, bezuinigingen op de sector en de dreiging van een grote stijging van de pensioenpremie met nadelige consequenties voor werkgevers en voor werknemers.

Houdbaarheid en betaalbaarheid
Belangrijkste is dat de pensioenregeling zo wordt herzien dat deze qua houdbaarheid en betaalbaarheid verbetert. Hiervoor wordt de pensioenregeling op 1 januari 2013 op drie punten aangepast:

  1. De opbouw voor het nabestaandenpensioen wordt gehalveerd.
  2. De zogenaamde B-regeling wordt ingetrokken voor iedereen geboren na 1949. De B-regeling betreft een overgangsregeling die destijds in het leven is geroepen bij de afschaffing van een VUT-achtige regeling.
  3. De pensioenopbouw bij toegenomen arbeidsongeschiktheid wordt teruggebracht van 100% naar 50% voor nieuwe gevallen. Tot op heden is er sprake van volledig premievrije pensioenopbouw bij toename van arbeidsongeschiktheid. Deze pensioenopbouw wordt nu per 1 januari teruggebracht naar 50% voor nieuwe gevallen.

Voor werknemers was het belangrijk dat met deze maatregelen ruimte is gecreëerd zodat de lonen per 1 januari 2013 worden verhoogd met 1% en de medewerkers in maart 2013 een eenmalige uitkering krijgen van € 170.

Positief advies
De Kamer Gesubsidieerde Arbeid (KGA), die namens de VNG de onderhandelingen voerde met de vakbonden, legt dit akkoord met een positief advies voor aan de leden, de gemeenten.

Met dit akkoord wordt een aantal problemen aangepakt, volgens de VNG:

– In de eerste plaats wordt er een stap gezet in de herziening van de pensioenregeling waardoor de houdbaarheid van de regeling verbetert. Voor de VNG was herziening van de pensioenregeling een essentieel punt in de onderhandelingen. De kosten van de pensioenregeling dreigden volledig uit de hand te lopen.

– In de tweede plaats wordt door de totstandkoming van dit principeakkoord voorkomen dat de loonkosten stijgen. Als er geen cao-akkoord was gesloten, zou de pensioenpremie niet gedaald zijn van 17,1% naar 15,2%, maar zou deze juist zijn gestegen naar 19,8%. In dat geval zouden de gemeenten structureel voor grote extra kosten zijn gesteld, bedragen die lopen in de vele miljoenen. Ook de werknemers zouden de last van een premieverhoging hebben gevoeld. De netto-salarissen zouden met ongeveer 0,8% zijn gedaald.

– Door een ingreep in de pensioenregeling is niet alleen deze structurele stijging van de loonkosten voorkomen, maar hebben sociale partners een daling van de premie naar 15,2% van het salaris kunnen bewerkstelligen. De daling van de premie is budgettair neutraal omgezet in een loonsverhoging van 1%, een uitdrukkelijke wens van de vakbonden.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer