De kosten van een bouwvergunning verschillen sterk per gemeente. Dat blijkt uit een jaarlijkse steekproef van Vereniging Eigen Huis (VEH) onder 39 gemeenten. Volgens de belangenorganisatie kunnen de verschillen oplopen tot tienduizenden euro’s, waardoor particuliere bouwers in de ene gemeente veel duurder uit zijn dan in de andere.
Zo kost een vergunning voor een nieuwbouwwoning met bouwkosten van € 300.000 in Wormerland ongeveer € 21.000, terwijl voor een vergelijkbare aanvraag in Oegstgeest slechts € 122 moet worden betaald. Ook bij vergunningen voor nieuwbouw buiten het omgevingsplan zijn de verschillen groot. In Ede bedraagt het legestarief € 45.000, tegenover € 1.017 in Amsterdam.
Hoewel de gemiddelde legestarieven in 2026 nauwelijks zijn gestegen, zegt dat volgens VEH weinig over de praktijk. In sommige gemeenten namen de tarieven juist fors toe. Zo stegen de leges voor een vergunning binnen het omgevingsplan in Woensdrecht met bijna 600 procent.
Verschillen moeilijk te verklaren
VEH vindt de grote verschillen moeilijk te verklaren. Gemeenten mogen geen winst maken op leges, maar maken volgens de vereniging onvoldoende inzichtelijk hoe de tarieven zijn opgebouwd. Daardoor kunnen inwoners niet beoordelen of de kosten redelijk zijn.
Daarnaast wijst VEH op de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Sinds 2024 is bij veel nieuwbouwprojecten een private kwaliteitsborger verplicht. De kosten daarvan, gemiddeld circa € 6.500 per woning, komen voor rekening van de opdrachtgever. Volgens VEH zou je daarom verwachten dat de gemeentelijke leges dalen, omdat gemeenten de bouwtechnische toets niet langer uitvoeren. Dat lijkt echter lang niet overal het geval.
Ook bij verbouwvergunningen lopen de tarieven sterk uiteen. Voor een verbouwing van € 80.000 betaalt een aanvrager in Breda € 938 aan leges, terwijl daarvoor in Zeist € 6.525 verschuldigd is.
Vereniging Eigen Huis pleit daarom voor een verplichte landelijke rekenmethode voor bouwleges. Gemeenten zouden openbaar moeten maken hoe hun tarieven zijn samengesteld, zodat inwoners de kosten kunnen controleren en verschillen beter kunnen worden verklaard. Volgens de vereniging moeten het Rijk en de provincies zorgen voor duidelijke regels en toezicht, terwijl de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gemeenten kan ondersteunen met een uniform rekenmodel.
Bron: ANP, 30 juli 2026




Geef een reactie