Opinie Gunnen op levenscycluskosten: naar een circulaire wereld?

1

Het is opvallend dat een erg geschikte manier om duurzaamheid te stimuleren via aanbestedingen haast niet wordt gebruikt in de praktijk. Beoordeel inschrijvingen eens op de levenscycluskosten.

Discussies over het nut van aanbestedingen zijn van koers veranderd. Gemeenten en andere overheden zien hun inkoop steeds vaker als een effectief instrument om maatschappelijke doelstellingen na te streven. Daarmee sla je twee vliegen in een klap. Er wordt voorzien in de behoefte van de overheid. Tegelijkertijd worden juist duurzame productieprocessen beloond met overheidsopdrachten.

Daarom is het opvallend dat een erg geschikte manier om duurzaamheid te stimuleren die toepasbaar is bij aanbesteden, haast niet wordt gebruikt in de praktijk.

Levenscycluskosten in de wet

Sinds 2016 bevat de Aanbestedingswet 2012 artikel 2.115a. Het bevat de mogelijkheid voor aanbestedende diensten om inschrijvingen te beoordelen op basis van de zogeheten ‘laagste levenscycluskosten’. Dit betekent dat een overheid niet gunt op een klassieke vorm van laagste prijs of de beste prijs-kwaliteitverhouding, maar dat er verder gekeken kan worden dan bijvoorbeeld alleen de productiekosten en een winstmarge. Zo kunnen onderhoudskosten, recyclingkosten en zelfs de kosten die voortvloeien uit externe milieueffecten worden meegenomen bij de vergelijking van inschrijvingen. De meest duurzame levensloop van een product komt dan als beste uit de bus. Vandaar dat gunnen op levenscycluskosten zo veel potentie heeft om duurzaamheid te stimuleren.

Meten van onzekerheid

De wet stelt wel eisen aan het gebruik van levenscycluskosten om een gelijk speelveld tussen inschrijvers te waarborgen. Zo wordt vereist dat de methode waarmee deze kosten worden gemeten is gebaseerd op ‘objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria’. Dat is des te belangrijker, omdat er altijd een zekere mate van onzekerheid blijft bestaan over hoe de kosten zich in de toekomst zullen gaan ontwikkelen. In feite is een aanbesteding altijd een beoordeling van een toekomstige situatie, maar in dit geval is dat nog belangrijker nu er verder wordt gekeken dan alleen de inschrijving zelf. Het doel van de regels is dan om te voorkomen dat de beoordelingsmethode een manier wordt om de gunning toe te schrijven naar een inschrijver.

Staat of valt met methode

Duurzaamheid krijgt op deze manier volop ruimte binnen de Aanbestedingswet, zolang dit speelveld gegarandeerd kan worden. Het eerste advies hierover van de Commissie voor Aanbestedingsexperts bevestigt dit tweeledige uitgangspunt. Voorwerp van geschil was een aanbesteding van bedrijfskleding waarbij gebruik werd gemaakt van levenscycluskosten als subgunningscriterium. De commissie maakt daarin duidelijk dat bijvoorbeeld het transparantiebeginsel wordt geschonden als de inschrijvers hun eigen methode en database mogen gebruiken om de levenscycluskosten te berekenen. Een aanbesteding op levenscycluskosten staat of valt dus met de toegepaste methode.

Jaarcongres Ontwikkelingen Aanbestedingsrecht

Een unieke gelegenheid ervaringen uit te wisselen met vakgenoten vanuit de aanbestedende overheid, advocatuur, bedrijfsleven en rechterlijke macht.

 

Toonaangevende experts, onder wie Willem A. Janssen, bespreken relevante juridische, economische en beleidsmatige ontwikkelingen voor de aanbestedingspraktijk in Nederland.

 

Lees meer

Standaarden nodig

Toch worden levenscycluskosten als gunningscriterium in Nederland nog haast niet toegepast. Er zijn meerdere redenen te bedenken voor deze conclusie. Zoals mr. Daan Versteeg bijvoorbeeld laat zien in zijn juridische preadvies van eind vorig jaar, zijn er momenteel veel verschillende methodes beschikbaar. De praktijk zou echter juist gebaat zijn bij standaard methodes. Het zou veel werk uit handen nemen van overheden en daarnaast leiden tot duidelijkheid bij inschrijvende partijen. De afwezigheid van dergelijke methodes is een gemis voor de praktijk.

Niet laten weerhouden

De Europese Commissie is de meest aangewezen instantie om hiermee aan de slag te gaan. Dat komt de toegankelijkheid van buitenlandse aanbestedingen alleen maar ten goede. Uit de Aanbestedingsrichtlijn blijkt dat de Commissie er ook wel oren naar lijkt te hebben. Maar tot op heden kwam daar niet veel van terecht. Slechts één methode is ontwikkeld: de richtlijn schone en energiezuinige wegvoertuigen. Ik sluit mij dan ook graag aan bij de oproep van Versteeg om dit Europees aan te vliegen. In de tussentijd moeten Nederlandse aanbestedende diensten zich niet laten weerhouden om zelf aan de slag te gaan. Worden de handvatten niet door de EU aangereikt, dan zullen ze zelf de handschoen moeten oppakken voor een circulaire wereld.

Over Auteur

Willem A. Janssen

dr. Willem A. Janssen is universitair onderzoeker & docent aan de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Public Procurement Research Centre. Hij promoveerde op EU Public Procurement Law & Self-organisation: A Nexus of Tensions & Reconciliations. In zijn columns op Gemeente.nu gaat hij in op zijn onderzoek over de relatie tussen markt & overheid.

1 reactie

  1. Prima idee om de levenscycluskosten (‘Total Cost of Ownership (TCO)’ ) als criterium te nemen voor een aanbesteding. Maar dan wel de totale werkelijke kosten…

    Omdat we geen materie of energie kunnen ‘maken’ gaat de circulaire economie heel wat verder dan de huidige TCO normen. De werkelijke TCO begint bij de enige hernieuwbare bron: de energie van de zon. Alle andere waarden in het economisch verkeer zijn daarvan afgeleid…

    De waardering van de zonne-energie is overigens groot genoeg om ‘onze’ totale wereldeconomie te accommoderen; ongeveer $ 5.600.000 per aardbewoner per jaar, bij de huidige koers van $ 67,37 per barrel.

Reageer

Het laatste nieuws van Gemeente.nu in je mailbox?

Meld je aan voor de algemene nieuwsbrief of een van de themanieuwsbrieven van Gemeente.nu.

Aanmelden