Er is een uitgebreid arsenaal aan sancties die kunnen worden opgelegd bij milieudelicten maar het huidige milieustrafrecht is onvoldoende effectief.
Dat blijkt uit het het rapport ‘Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten’
De onderzoekers concluderen dat het huidige sanctiearsenaal voor milieucriminaliteit in de wet ruim voldoende is, maar dat de praktische toepassing en effectiviteit in de handhavingsketen achterblijven. Strafrecht kan bij ernstige milieudelicten een belangrijke rol spelen naast het bestuursrecht, maar loopt nu aan tegen structurele knelpunten in capaciteit, samenwerking en informatievoorziening.
Belangrijkste conclusies
Het strafrecht biedt veel mogelijkheden: geldboetes, taak- en gevangenisstraffen, het stilleggen of onder bewind stellen van bedrijven, ontneming van wederrechtelijk voordeel, herstelverplichtingen en schadevergoedingsmaatregelen. Toch wordt in de praktijk vooral teruggevallen op geldboetes en in mindere mate op taakstraffen, terwijl zwaardere of meer innovatieve sancties nauwelijks worden benut.
Gemeenschappelijke voorwaarden voor effectiviteit zijn een voldoende pakkans, een reële sanctiekans, snelheid en een sanctiehoogte die opweegt tegen de winst van de overtreding, maar juist op deze punten schiet de praktijk tekort. De pakkans is laag omdat milieuovertredingen vaak “haalcriminaliteit” zijn, toezicht risicogestuurd en versnipperd is en opsporingsdiensten milieufeiten niet altijd herkennen, terwijl ook de sanctiekans beperkt blijft door terughoudendheid bij het opschalen naar strafrecht en bestuurlijke inmenging bij gevoelige dossiers.
Strafrechtketen overbelast
Bovendien is de strafrechtketen traag en overbelast: complexe milieuzaken duren vaak jaren, wat het preventieve effect aantast en kan leiden tot strafkorting, terwijl bij OM en rechter vaak cruciale gegevens ontbreken – bijvoorbeeld over milieuschade en de financiële positie van bedrijven – waardoor boetes en maatregelen niet goed op maat kunnen worden gezet. Ten slotte komen verschillende sancties, zoals herstelverplichtingen, stillegging, ontneming en beroepsverboden, nauwelijks van de grond door gebrek aan expertise, onduidelijkheid over de tenuitvoerlegging en onvoldoende afstemming met bestuursrechtelijke trajecten.
Aanbevelingen
Door het bewustzijn van milieuschade te vergroten, kan in de communicatie richting bestuur, raad en burgers beter zichtbaar worden gemaakt welke schade milieudelicten veroorzaken voor gezondheid, natuur en leefomgeving, zodat er meer steun ontstaat voor stevigere handhaving en sanctionering. Daarbij is het belangrijk strafrecht en bestuursrecht samenhangend te benutten: strafrecht hoeft geen ultimum remedium te zijn, maar maakt als onderdeel van een bredere aanpak meer indruk als het wordt gecombineerd met dwangsommen, bestuursdwang en vergunningverlening, met structureel overleg tussen omgevingsdienst, gemeente, OM en politie over de keuze van het spoor.
Boa-capaciteit
Tegelijk verdient de rol van toezicht als “ogen en oren” van het strafrecht versterking, door te zorgen voor voldoende boa-capaciteit, vaste overlegstructuren met strafrechtpartners en goede dossiervorming – inclusief financiële gegevens, herstelkosten en recidive – zodat OM en rechter zwaardere sancties beter kunnen onderbouwen.
Ook is het nodig bestuursrecht en sancties beter te koppelen, bijvoorbeeld door Bibob-tips te benutten, vergunningen te weigeren of in te trekken waar dat aan de orde is, herstel via bestuursdwang en strafrechtelijke herstelverplichtingen op elkaar af te stemmen en informatie over gesanctioneerde bedrijven consequent door te zetten naar vergunning- en subsidieprocessen. Tot slot vraagt een effectievere aanpak om investering in informatie-uitwisseling, via duidelijke afspraken over afloopberichten, feedback op processen-verbaal en het delen van niet-herleidbare informatie over modus operandi en recidive.
Minister Van Oosten geeft aan dat het kabinet na de zomer met een inhoudelijke reactie komt.



Geef een reactie