Steeds meer Nederlandse woningen krijgen te maken met funderingsschade, stellen onderzoekers van TNO en Deltares. Door langere droge en natte periodes reageren bepaalde kleisoorten steeds heftiger op wisselende grondwaterstanden.
TNO en Deltares monitoren gezamenlijk vier locaties met kleigronden om te ontdekken hoe bodem en gebouw op elkaar inwerken. Consultant Chris Geurts van TNO zag tijdens de droge zomers tussen 2018 en 2022 het aantal schademeldingen sterk stijgen. Uitgedroogde kleilagen kunnen in korte tijd krimpen, waardoor huizen ongelijkmatig kunnen zakken. Valt er weer regen, dan zwelt de bodem juist weer op. Deze wisseling van krimp en zwel zet vooral huizen met ondiepe funderingen of houten paalfunderingen onder druk, met name in gebieden als Drenthe, Brabant, Noord-Limburg en Overijssel. Maar ook funderingen op staal zijn kwetsbaar, in een groter gebied. ‘Door droogte breidt de funderingsproblematiek zich uit over heel Nederland’, aldus Mandy Korff, expert ondergrondse constructies bij Deltares.
75.000 woningen lopen acuut risico
Volgens het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) lopen momenteel tussen de 487.000 en 537.000 panden een verhoogd risico op verzakking door droogte. Dat aantal kan oplopen tot ongeveer 687.000 panden, waarvan zo’n 75.000 nu al acuut risico lopen. Het KCAF werkt met een gelaagd beoordelingssysteem: van een algemeen risicorapport tot een QuickScan en, indien nodig, uitgebreid funderingsonderzoek. Zo hoeft niet ieder pand meteen het duurste traject in.
Landelijke risicokaart
Het Rijk erkent de urgentie. Naar aanleiding van het advies ‘Goed gefundeerd’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur stelde het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 56 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek, advies en begeleiding aan huiseigenaren. Een landelijk informatiepunt en lokale funderingsloketten moeten bewoners helpen om te ontdekken welke fundering ze hebben en welk risico ze lopen. Ook wordt gewerkt aan een landelijke risicokaart, waarin TNO en Deltares hun technische kennis inbrengen.
Ruimte voor lokale sturing
Betere data over bodem, grondwater en funderingstype maken het mogelijk om vroegtijdig te signaleren waar woonwijken kwetsbaar worden, bijvoorbeeld door het grondwaterpeil bij te sturen voordat schade ontstaat. In de gemonitorde gebouwen zijn tot nu toe geen extreme reacties opgetreden. Maar juist daarom is langjarig meten van belang. Zo kunnen bewoners, gemeenten en waterschappen geholpen worden bij het nemen van beslissingen, stelt Chris Geurts. ‘We spelen in op een probleem dat door klimaatverandering steeds urgenter wordt. Daarom is het goed en urgent dat we hier tijdig aandacht voor vragen.’




Geef een reactie