OpinieDe Wabo is pas het begin

4

De Wabo is niet meer en niet minder dan een tussenstap in een traject op weg naar een veel helderder en eenvoudiger systeem van vergunningverlening.

– OPINIE –

De Wabo (Wet algemene

bepalingen omgevingsrecht) is vrijdag 1 oktober jl. in werking getreden. Een

majeure wetgevingsoperatie is tot een goed einde gebracht. De wet regelt de

nieuwe omgevingsvergunning. Deze vervangt een veelheid aan vergunningen. De

bouwvergunning, milieuvergunning, kapvergunning, sloopvergunning,

monumentenvergunning, maar ook het projectbesluit zijn alle opgegaan in de ene

omgevingsvergunning.

 

Voor de aanvragers van

projecten is de wet een grote vooruitgang. Zij zijn af van het probleem dat ze

allerlei toestemmingen moeten zien te verzamelen voor hun project, terwijl die

toestemmingen ook nog eens elk hun eigen termijnen, procedures en rechtsbeschermingmogelijkheden

kennen. Zeker, de Wet ruimtelijke ordening kende al wel gemeentelijke

coördinatiemogelijkheden, maar daarvan werd in de praktijk toch maar zelden

gebruik gemaakt.

 

Kwetsbaar
De Wabo kent een strakke

termijn van acht weken voor de reguliere procedure. De gemeenten staan nu voor

de belangrijke opgave om binnen de strakke termijnen van de wet een

gecoördineerd besluit te nemen op de vergunningaanvraag. Dat is gelijk het

meest kwetsbare punt van de hele operatie. Sommigen vrezen dat de

gemeentecoördinator die met de vergunningaanvraag ‘’backoffice’’ de sectorale

loketten langs gaat, spoedig de weg kwijt raakt in de spelonken van het

gemeentehuis. Dat is de test voor het organiserend vermogen van de gemeenten.

Ze kunnen nu bewijzen dat ze hun dienstverlening sterk hebben verbeterd.

 

De eerste tijd zullen

ongetwijfeld de nodige problemen aan het licht komen. Zo is een aantal

gemeenten – optimistisch wordt gesproken over 20 procent – nog niet helemaal Wabo-proof.

Verder zal ongetwijfeld de bestuursrechter een aantal uitspraken doen die wijzen

op tekortkomingen in de wettelijke regeling. Die zal vervolgens gerepareerd

moeten worden. Verder is – niet onbegrijpelijk – in eerste instantie door

gemeenten de nadruk gelegd op de vergunningzijde van de wet en minder op het

formuleren van een integraal handhavingsbeleid. We beschouwen dit alles als

‘aanloopproblemen’.

 

Finish of start

Is de huidige Wabo nu het

eindbeeld van de vergunningverlening voor bouwprojecten? Wat ons betreft zeker

niet. De Wabo heeft ons nu wel de ene omgevingsvergunning opgeleverd, maar de vele

afzonderlijke materiële toetsingskaders zijn gewoon gebleven. Vóór de Wabo werd

elke afzonderlijke vergunningaanvraag aan de bij die vergunning behorende regels

en voorwaarden getoetst. Nu is er weliswaar nog maar één vergunningaanvraag,

maar bestaan de afzonderlijke toetsingskaders van de ‘oude’ vergunningen nog

steeds. Ze moeten nu alleen in één keer tegelijkertijd worden gebruikt. Dit

wringt: wel één aanvraag, maar vele verschillende toetsingskaders.

Volgende stap
Wat ons

betreft is de logische èn noodzakelijke volgende stap: integratie van de

afzonderlijke toetsingskaders in één nieuw toetsingskader. Deze mogelijkheid

was natuurlijk ook al in geopperd aan het begin van het Wabo-traject, maar toen

nog als te verstrekkend verworpen. Werkelijke vereenvoudiging van ons

overcomplexe systeem wordt pas dan bereikt als er een geïntegreerd

toetsingskader is. De coördinatielast die de huidige Wabo tot gevolg heeft,

wordt dan pas echt teruggedrongen.

Voor ons is de Wabo niet meer en niet minder

dan een tussenstap in een traject op weg naar een veel helderder en eenvoudiger

systeem van vergunningverlening.


Fred Hobma is hoofddocent

Bouwrecht TU Delft

Friso de Zeeuw is

praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Makten Bouwfonds

Ontwikkeling

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

4 reacties

  1. Mooi toekomstbeeld, een toetsingskader. Maar hoe moet dat er uit zien? Een toetsingskader dat zowel een kapvergunning als een bouwvergunning kan beoordelen, lijkt me wel heel bijzonder. Ben bang dat ’t een wensbeeld blijft, geen realiteit.
    Ben ’t verder wel eens met ’t artikel.

  2. Met deze stelling zijn wij het absoluut niet mee. Een gemeente als Amsterdam heeft dusdanig veel aanvragen – met name bouw- en samenvoegingsvergunningen- dat ze vaak 5 a 9 maanden over een vergunning doen (de meeste vallen buiten het bestemmingsplan). Als bouwburo leveren wij alles zorgvuldig en compleet aan. Echter de plantoetsers van de gemeente Amsterdam geven nu al aan niet tijdig de vergunningen binnen 8 weken te kunnen behandelen. Met name de Commissie van Welstand is een probleem, aangezien deze om de 2/3 weken de stadsdelen bezoeken. Er is voor dan volgens de plantoetsers geen tijd meer om o.a. de aanpassingen te verrichten die de Welstand eist. Om vergunningen van rechtswege te voorkomen zullen vergunningen eerder worden geweigerd. Dit betekend opnieuw indienen en opnieuw leges. De burger en bouwbureau s / architecten zijn met deze nieuwe regeling de dupe van. Aan de ene kan moeten er ambtenaren ontslagen worden , aan de andere kant is er te kort (of er wordt niet hard genoeg gewerkt ; )

  3. Gezien de achtergrond van de auteurs had men toch een wat minder simplistische benadering van de probleemstelling mogen verwachten. Het complexe geheel van ruimtelijk relevante activiteiten versus betrokken belangen, in samenhang met de omgevingskenmerken zoals bevolkingsdichtheid etc., heeft er juist toe geleid dat de afweging van alle belangen plaats vindt via op de situatie toegesneden toetsingskaders. Ik vind dat hier eerlijk gezegd toch wat gemakkelijk voorbij wordt gegaan aan de ontstaansgeschiedenis en het doel van die regelgeving. Waar het primair om gaat is de coordinatie tussen de bestaande regels, en daarom is de Wabo juist wel een hele grote stap vooruit en niet zo maar een ‘tussenstap’. Laten we zorgen dat die Wabo zo goed mogelijk wordt uitgevoerd, en ondertussen kijken waar we mogelijk toetsingskaders kunnen integreren, naast het continue proces van deregulering. Maar laten we daar niet al te hoge verwachtingen van hebben. Wij willen met z’n allen nu eenmaal graag regels (behalve voor onszelf).

  4. Frank Stolk op

    Natuurlijk is dit nog maar een stap. Alles ontwikkelt zich. Maar bij krimpende gemeenten(bezuinigingen) kan je niet verlangen dat alles nu al goed gaat of blijft gaan. Theorie en praktijk blijven twee dingen. Dit moet groeien. Het onder een noemer brengen van het toetsingskader lijkt gezien het eigene van de diverse belangen ook een grote stap. Ik ben dan ook benieuwd met welke voorstellen Fred Hobma en Friso de Zeeuw komen.

Reageer