Steeds meer gebouwen in Nederland krijgen te maken met funderingsschade. Het aantal kan oplopen tot 425.000 in 2035, en binnen 25 jaar zelfs tot 780.000. Het kabinet werkte daarom de Nationale Aanpak Funderingen (NAF) verder uit.
In de voortgangsbrief Nationale Aanpak Funderingen van 28 augustus informeert minister Boekholt-O’Sullivan de Tweede Kamer hierover.
20 miljoen extra in 2026
Eigenaren die funderingsherstel niet zelf kunnen financieren, kunnen terecht bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel (FDF). Het resterende vermogen bedroeg per 1 juli circa € 11 miljoen. Het Rijk voegt dit jaar € 20 miljoen toe om de verwachte stijging van aanvragen op te vangen, nu sinds 1 juli 2025 alle eigenaren met onvoldoende inkomen landelijk een beroep op het fonds kunnen doen. Onderzoek van de AFM laat zien dat ongeveer 25.000 huiseigenaren funderingsherstel niet zelf kunnen betalen.
Meer duidelijkheid bij aan- en verkoop
In de kamerbrief worden vijf subdoelen onderscheiden, waaronder normalisering van aandacht voor funderingen, en transparantie en verankering in het koopproces. Kopers en verkopers krijgen eerder duidelijkheid over de fundering. Sinds 1 april staat in taxatierapporten al of een woning risico loopt op funderingsschade. Is dat risico hoog, dan is verder onderzoek nodig. Ook bij de Nationale Hypotheek Garantie gaat het funderingsrisico meewegen. Herstelkosten moeten naar verwachting vanaf 1 januari 2027 worden meegenomen in de toetsing.
Innovatie versnelt herstel
Het Innovatieprogramma Funderingen van TKI Bouw en Techniek richt zich op innovatieve oplossingen die funderingsonderzoek en -herstel sneller en betaalbaarder moeten maken. Per 1 september starten 8 van deze projecten. Het gaat daarbij om projecten rondom houten paalfunderingen en ondiepe funderingen.
Daarnaast is er aandacht voor de relatie met klimaatverandering. Deze zomer was opnieuw droog; dat maakt extra duidelijk hoe sterk grondwaterstand en fundering met elkaar samenhangen, aldus de minister. Een mogelijke oplossing is actief grondwaterbeheer: door het grondwaterpeil beter te sturen, kan schade worden uitgesteld of voorkomen. Het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen brengt daarom in kaart welke maatregelen gemeenten en andere overheden kunnen nemen, en bouwt hiervoor een lerend netwerk op.
Gemeenten aan zet waar herstel niet volstaat
In sommige buurten en wijken is funderingsherstel alleen niet genoeg. Bijvoorbeeld in buurten waar woningen technisch aan het einde van hun levensduur zijn, of waar meerdere problemen tegelijk spelen. Dan is een aanpak voor de hele buurt nodig. Gemeenten spelen daarbij een belangrijke rol: bewoners kloppen hier vaak als eerste aan met vragen. Zes gebieden werken mee in een leer- en ontwikkelaanpak: Dordrecht, Emmen, Fryslân, Rivierengebied, Rotterdam en Zaanstad. Om hun ervaringen te delen organiseert de NAF een actieve uitwisseling met andere gemeenten.
Behoefte aan informatie
Ook bewoners is gevraagd wat zij vinden van de aanpak. Aan de raadpleging deden ongeveer 3.800 mensen mee, tussen 17 juni en 1 augustus. De grootste groep, zo’n 40 procent, vindt dat eigenaren funderingsherstel in principe zelf moeten betalen, met steun van de overheid voor wie dat niet kan. Goede en vindbare informatie vinden bewoners het belangrijkst. Zo kunnen ze beter inschatten of hun woning risico loopt.



Geef een reactie