Er is een initiatiefwetsvoorstel ingediend om voorrang voor statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen te verbieden.
Het voorstel is ingediend door Mona Keijzer, Groep Markuszower en JA21. Toen Keijzer eerder minister van Volkshuisvesting was, stelde ze een vergelijkbare wet voor. Maar dit voorstel is ingetrokken.
Minister Boekholt-O’Sullivan wil met een nieuw voorstel komen. Maar het kan nog even duren voor het zo ver is: eerst moeten er nog afspraken komen over bijvoorbeeld doorstroomlocaties, waar statushouders tijdelijk kunnen wonen tot ze een (huur)woning hebben gevonden. Boekholt-O’Sullivan denkt dat ze de nieuwe wet eind dit jaar kan indienen.
Volgens de indieners van het wetsvoorstel leidt de huidige praktijk, waarbij vergunninghouders vaak voorrang krijgen, tot extra druk op de wachtlijsten en maatschappelijk ongenoegen. Het wetsvoorstel beoogt een eerlijkere verdeling van schaarse woningen en het “normaliseren” van de positie van vergunninghouders ten opzichte van andere woningzoekenden.
Kern van het voorstel is dat gemeenten geen voorrang meer mogen geven aan vergunninghouders enkel vanwege hun status. Dit betekent dat zij niet langer als aparte urgentiecategorie kunnen worden aangewezen. Wel kunnen vergunninghouders, net als andere woningzoekenden, nog voorrang krijgen op basis van andere criteria, zoals medische urgentie, dakloosheid of maatschappelijke binding.
Alternatieve huisvestingsvormen
Omdat het verbod gevolgen heeft voor de uitstroom uit asielopvang, wordt ingezet op alternatieve huisvestingsvormen, zoals woningdelen, tijdelijke woningen en doorstroomlocaties. Ook wordt sterk ingezet op snellere integratie via taalonderwijs en arbeidsparticipatie, zodat vergunninghouders sneller zelfstandig huisvesting kunnen vinden. Tegelijk erkennen de indieners dat het voorstel op korte termijn kan leiden tot langere verblijfsduur in opvanglocaties en hogere kosten.
Er wordt gesteld dat het voorstel niet in strijd is met het recht op huisvesting of internationale verdragen, omdat dit recht een inspanningsverplichting is en geen individueel recht op een woning. Volgens de indieners blijft gelijke toegang tot huisvesting gewaarborgd, omdat vergunninghouders dezelfde mogelijkheden houden als andere woningzoekenden. Het beëindigen van voorrang wordt gezien als het opheffen van “positieve discriminatie”. De Raad van State was eerder nog kritisch op de wet die Keijzer als minister indiende.



Geef een reactie