Jeugdzorg bij gemeenten: eenvoudig, eerder en op maat

2

Gemeenten moeten maatwerk bieden bij de hulp aan kinderen. Elke gemeente krijgt een herkenbare, laagdrempelige plek voor advies en hulp.

Dat is de kern van de plannen van het kabinet om de jeugdzorg te

hervormen. De staatssecretarissen Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS)

en Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) hebben hun uitwerking

bekendgemaakt.

Volgens het hervormingsplan zijn het uiteindelijk de gemeenten die de

hoofdrol spelen in het aanpakken van gezinsproblemen. Nu ligt dat nog

versnipperd bij vier ministeries (Onderwijs, Sociale Zaken, Veiligheid en Justitie, en Volksgezondheid), de provincie en gemeenten.

De belangrijkste uitgangspunten van de hervorming zijn:

  • Elke gemeente een herkenbare laagdrempelige plek voor advies en hulp. Hoe die plek wordt vormgegeven, bepalen gemeenten zelf.
  • Huidige recht op zorg wordt in nieuw wettelijk kader anders vormgegeven.
  • Gemeenten voorzien in een gevarieerd zorgaanbod en een mogelijkheid voor keuzevrijheid voor kinderen en ouders.
  • Kwaliteitswaarborgen voor kinderen en ouders, zoveel mogelijk in

    aansluiting op de Wet cliëntenrechten zorg en de Beginselenwet

    zorginstellingen.
  • Wettelijke taak Bureau Jeugdzorg met betrekking tot toegang tot zorg vervalt.
  • Advies- en Meldpunt Kindermishandeling wordt ook verantwoordelijkheid van gemeente.

De Centra voor Jeugd en Gezin, die elke gemeente moet inrichten, gaan

probleemjongeren en ouders begeleiden. Hier zijn ook de

consultatiebureaus gevestigd zodat alle ouders en kinderen er van jongs

af komen.


Veldhuijzen van Zanten in de Volkskrant: “Laagdrempelig moet het zijn. Misschien komen er ook een

huisarts en een kledingbeurs voor kinderkleren. In deze centra kunnen

ouders terecht voer alle opvoedkwesties. En kinderen voor hun problemen.

Daardoor kunnen echte problemen ook sneller worden onderkend en kan er

sneller en effectiever hulp worden geboden.”

Dat gemeenten daarvoor 300 miljoen minder krijgen dan de samengevoegde huidige budgetten hoeft volgens de staatssecretaris niet af te doen aan de kwaliteit, maar is een bezuiniging op de bureaucratie die met de huidige versnipperde verantwoordelijkheden gepaard gaat.

– later meer over de plannen –

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

2 reacties

  1. Laagdrempelig punt …… is het niet zo dat gemeenten nu, in 2011, allemaal een Centrum voor Jeugd en Gezin moeten hebben, juist als laagdrempelig inlooppunt? Het is er dus al en ook de backoffice is geregeld. Iedereen is daarbij druk bezig om zo goed mogelijk de zorgcoordinatie vorm te geven. Dat valt niet altijd mee, maar er zijn al mooie voorbeelden in Nederland, heel lokaal bepaald en op maat en schaal van de gemeente. Er worden al veel problemen afgevangen op de vindplaatsen, waardoor het aantal ingewikkelde casussen wordt beperkt. Ik zie de goede voorbeelden al om me heen in mijn werk als interim beleidsmedewerker Jeugd in verschillende gemeenten. Daarbij ben ik in de gelukkige positie om te zorgen dat de processen nog beter gaan verlopen.
    Maar er zijn ook inlooppunten gesloten door gebrek aan bezoekers. Logisch, want zowel ouders als kinderen zoeken en vinden steeds meer op internet. Ouders werken en kinderen zitten op school. De vragen komen ’s avonds: Is het gedrag van mijn kind normaal? Mijn kind wil niet slapen, geen huiswerk maken, drinkt, blowt etc. De meeste antwoorden staan op internet. Laten we daar nu ook eens aandacht aan besteden!
    En daarnaast ….. de harde kern van enkele multiprobleemgezinnen per gemeente, die zal outreachend moeten worden benaderd, want die melden zich niet zelf, daar is bemoeizorg nodig en dat is ook de groep die nu in de jeugdzorg zit. Voor hen kan alleen zorg op maat worden geleverd.

  2. P.welmers op

    Eindelijk weer eens een reactie met oog op de categorie waar dwang en drang nodig is.
    Het is een categorie waar de samenleving al jaren hun aandacht op richt. De transitie van de jeugdzorg lijkt alleen oog te hebben voor de “makkelijke” problematieken. Mijn angst is dat de andere categorie vergeten wordt. De bestaande hulpverlening probeert al jaren deze moeilijke categorie daadwerkelijk te helpen. Laten we hopen dat deze zoektocht niet door de transitie tenietgedaan wordt.

Reageer