Beleid voor hulp in de huishouding sneuvelt bij rechter

1

Een recente uitspraak van de rechtbank Gelderland legt een bom onder het beleid waarop veel gemeenten het aantal uren voor huishoudelijke hulp baseren. Het onderliggende rapport van adviesbureau KPMG is door de rechter onderuitgehaald als ‘niet deugdelijk’.

Dit blijkt uit de deze week gepubliceerde uitspraak in een zaak die was aangespannen tegen de gemeente Nijkerk. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht gemeenten tot het leveren van ‘maatwerk’. Op dat punt zijn de beleidsregels van lokale overheden die zich baseren op het KPMG-onderzoek (pdf) in strijd met de wet, zo heeft de rechter geoordeeld.

Verstrekkende gevolgen

Het onderzoek gaat namelijk uit van gemiddelden. ‘Ook wordt helemaal niet gekeken naar de vraag in hoeverre iemand nog zelfredzaam is, daar wordt gewoon vanuit gegaan. Verder is er geen oog voor de grootte of samenstelling van het huishouden,’ zegt jurist Kevin Wevers, die de eisende partij tegen de gemeente bijstond. De uitspraak heeft volgens hem ‘verstrekkende gevolgen’ omdat veel gemeenten nu dit onwettige beleid voeren.

Juridische strijd

Een kanttekening hierbij is dat het pas gaat om de eerste overwinning die Wmo-cliënten boeken in deze specifieke juridische strijd over de uren hulp in de huishouding. ‘Andere rechtbanken hebben het beleid eerder goedgekeurd,’ erkent Wevers. Het eindoordeel in de kwestie moet worden geveld door de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in dit soort zaken. Wevers heeft niettemin goede hoop. ‘De rechtbank Gelderland beschikt over veel kennis op dit gebied en is in eerdere Wmo-zaken ook gevolgd in hoger beroep.’

Oude protocol

Als de uitspraak wordt gevolgd, moeten gemeenten volgens Wevers terugvallen op het oude zogeheten CIZ-protocol. ‘Daarin wordt wél rekening gehouden met individuele omstandigheden en dus maatwerk geboden, dat heeft de rechter ook bevestigd.’ Het afwijken hiervan gebeurt volgens hem om zuiver financiële redenen: minder uren zijn minder kosten. ‘Maar nu is gezegd dat dit niet op een wettige manier gebeurt, moeten gemeenten hun beleid naar mijn mening direct herzien,’ zegt hij.

Onderzoek 2.0

In de praktijk, vermoedt Wevers, ligt het meer voor de hand dat lokale overheden het finale oordeel van de rechter afwachten. ‘En dan nog is vaak de vraag wat ermee gebeurt. Niet alle uitspraken worden daadwerkelijk opgevolgd of ze worden weer net anders geïnterpreteerd. Of KPMG krijgt opdracht een onderzoek 2.0 af te leveren, dat volgens gemeenten net wél binnen de grenzen van de wet valt, maar toch leidt tot minder uren huishoudelijke hulp.’

Over Auteur

Richard Sandee

Richard Sandee is coördinator van Gemeente.nu. Hij heeft vijftien jaar ervaring als journalist bij uitgaven over politiek en bestuur binnen de verschillende overheidslagen. Vooral op het gebied van financiën en economie. Vragen, opmerkingen of tips? Mail r.sandee@sdu.nl

1 reactie

  1. Peter de Pagter op

    Het is zeer de vraag of de CIZ-normen voldoen aan de criteria als vermeld in de uitspraak. In een tiental zaken die aan de CRvB zijn voorgelegd, vechten we de CIZ-normen aan als zijnde achterhaald (verouderde cijfers die geen relatie hebben met de periodieke tijdsbestedingsonderzoeken van SCP en de op die onderzoeken gebaseerde CBS-cijfers), niet in overeenstemming zijn met Europese richtlijnen (HETUS) en niet de uitgangspunten van de Wmo 2015 dekken (CIZ-normen zijn gebaseerd op de oude Wmo).

Reageer