Gemeenten moeten ontslagen thuishulp aan werk helpen

3

In het conflict over ontslag van 1100 huishoudelijke hulpen van Sensire heeft staatssecretaris Martin van Rijn persoonlijk aan een doorbraak gewerkt.

Het ontslag van de 1100 huishoudelijke hulpen blijft staan. Maar in overleg met alle partijen wordt voor 2014 huishoudelijk werk zoveel mogelijk behouden, evenals de arbeidsvoorwaarden van de hulpen.

Dat is het resultaat van persoonlijk overleg dat staatsecretaris Van Rijn maandag 26 augustus heeft gevoerd met vakbonden, werkgever Sensire, gemeenten en ondernemingsraad. Van Rijn zet met zijn bemiddeling de zeven regiogemeenten in de Achterhoek aan het werk om met spoed duidelijkheid geven over de aanbesteding van de huishoudelijke hulp in 2014. Volgens Van Rijn zal de bestuurlijke aanbesteding van huishoudelijke hulp worden gedaan tegen een basistarief, “zodat normale arbeidsvoorwaarden bij overgang van de huishoudelijke hulpen naar een andere zorgaanbieder blijven bestaan”.

Verder is het streven de huidige koppeling van cliënt en zorgverlener te behouden.

Onduidelijkheid over de aanbesteding voor 2014 was aanleiding voor Sensire om collectief ontslag aan te vragen voor 1100 huishoudelijke hulpen. De ontslagaanvraag blijft overigens gehandhaafd. Volgens Sensire-bestuurder Maarten van Rixtel zal de thuiszorgorganisatie stoppen met de huishoudelijke hulp. “Wij zullen in overleg met de gemeenten zorgen voor een goede overgang van het personeel.” De gemeenten zullen vóór 1 november de aanbestedingen rond maken, zodat duidelijk is hoeveel huishoudelijke hulp wordt ingezet en welke aanbieder dat gaat uitvoeren.

“Belangrijk is”, concludeerde staatssecretaris Van Rijn, “dat een groot werkgelegenheidsverlies in de regio wordt voorkomen. Er zal ook geen sprake zijn van een alfahulpconstructie.”

Actie
Met die boodschap vertrok Van Rijn na de gesprekken maandagmiddag naar buurgemeente Varsseveld, waar vakbond Abvakabo FNV een actiedag tegen de ontslagen had georganiseerd. De actievoersters waren echter niet overtuigd dat zij hun werk na 1 januari 2014 nog zouden hebben: “Pas in november wordt duidelijk wat er gebeurt, dat is veel te laat,” verwoordde een 62-jarige actievoerster het gebrek aan vertrouwen. Zij is al 23 jaar in dienst is bij Sensire. “Een maand later houdt mijn werk bij Sensire op.”

Opmerkelijk is dat de staatssecretaris zelf naar de Achterhoek reide om te bemiddelen in een steeds groter wordend conflict over het de toekomst van de huishoudelijke hulp. Was de uiteindelijke afspraak niet eerder al tussen partijen te maken? Sensire, de nog pratende vakbonden CNV en FBZ en de ondernemingsraad drongen al enige maanden aan op duidelijkheid van gemeenten over de aanbesteding.

De winst van het gesprek met de staatssecretaris is volgens wethouder Leo Scharenborg van Berkelland dat de gemeenten hun aanscherpingen naar voren konden brengen: “Wij vinden het belangrijk dat de koppeling tussen burger en hulp behouden blijft. Verder willen wij nu al afspraken maken over nieuwe werkvormen in de zorg met het oog op de transitie van andere zorg die gemeenten vanaf 2015 te wachten staat. Denk bijvoorbeeld aan gebiedsgerichte zorg.”

Aanbesteding
Opmerkelijk ook is dat twee vakbonden CNV en FBZ volgens eigen zeggen tot eind mei nog gezamenlijk met de nu actievoerende Abvakabo optrokken. “Dezelfde dag dat we het plan voor huishoudelijke zorg aan onze gezamenlijke achterban wilden voorleggen, zei AbvaKabo niet meer mee te werken,” aldus Loek Lablans van CNV Publieke Zaak. CNV en FBZ willen overigens een wettelijke regeling in de WMO om de overgang van werknemers bij een nieuwe aanbesteding te waarborgen. De huidige regeling in de CAO V&V is volgens hen juridisch niet altijd haalbaar.

Staatssecretaris Van Rijn zei echter hier weinig voor te voelen. “Het is zaak dat partijen met elkaar om tafel gaan zitten om goede afspraken te maken over de overgang van werknemers.” Dat geldt wat Van Rijn betreft zeker ook voor 2015, als de 40 procent bezuinigingen op het budget in de huishoudelijke zorg worden doorgevoerd.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

3 reacties

  1. Akkoord, de titel dekt de lading niet. Toch bewerkstelligde het bezoek van Staatssecretaris Van Rijn aan de gemeenten in de Achterhoek een doorbraak.
    Door het bezoek van Van Rijn werd duidelijk dat de landelijke overheid toch een rol kan en wil blijven spelen waar het gaat om de organisatie van de huishoudelijke hulp. Dit op het gebied van kwaliteit van de zorg: voor het eerst viel namelijk de term ‘gebiedsgerichte zorg’ en het vasthouden van de koppeling cliënt-zorgverlener. Daarnaast liet deze interventie zien dat de landelijke overheid, – ondanks de decentralisatie van de huishoudelijke hulp -, toch een rol als katalysator kan en wil spelen om negatieve ontwikkelingen een halt toe te roepen. De interventie ging m.i. vooral over de kwaliteit van de dienstverlening en als afgeleide daarvan over werkgelegenheid. Waarschijnlijk vanuit het standpunt van het ministerie van VWS de meest logische volgorde.
    Chris D’havé

  2. Frits van Vugt op

    Allereerst dekt de kop van het bericht de lading niet: gemeenten zijn niet ‘verplicht ontslagen thuis hulpen aan werk te helpen’. Dat is immers niet afgesproken in de Achterhoek. Gemeenten hebben zich verplicht om snel duidelijkheid te geven over de aanbesteding voor 2014. Thats all… Gemeenten worden geen plaatsvervanger van de UWV.
    Tweedens gaat de staatssecretaris helemaal niet over de uitkomsten van aanbestedingen die gemeenten doen. Noch over de overdracht van personeel van de ene naar de andere aanbieder van zorg thuishulp. Over dat laatste gaan de instellingen, en daar gelden al wettelijke regelingen voor.
    Bovendien gaat de staatssecretaris 40% op thuishulp bezuinigingen in 2015. Dat gaat dus onherroepelijk leiden tot ontslagen. Niks nieuws onder de zon dus. Wel veel (smeltende) boter op het hoofd van de staatssecretaris….
    De staatssecretaris denkt het gat te kunnen overbruggen tussen het bezuinigingsbeleid van het kabinet en het adequaat regionaal organiseren van de zorg binnen de beperktere financiële ruimte die gemeenten daar in de toekomst voor hebben. Dat gaat dus niet lukken.
    Overigens valt het op dat de discussie al lang niet meer gaat over de vraag welke zorg sommige hulpbehoevenden nodig hebben, maar over de vraag hoeveel werkgelegenheid wordt gegarandeerd tegen welke prijs en welke (arbeids)voorwaarden. Dat laatste hoort een afgeleide kwestie te zijn, al zullen vakbonden daar anders over denken.
    Frits van Vugt (adviseur Public Consultancy)

Reageer