Burgemeesters van meerdere grote gemeenten zetten vraagtekens bij de voorwaarden voor lokale ontheffingen binnen het voorgenomen landelijke vuurwerkverbod.
Vrijdag is het ontwerpbesluit Veilige jaarwisseling gepubliceerd. Het besluit regelt de voorwaarden waaronder de burgemeester een ontheffing kan afgeven en welke voorschriften daaraan minimaal verbonden moeten worden. Doel is een veilige en beter beheersbare jaarwisseling, met minder letsel en schade, terwijl in verenigingsverband ruimte blijft voor kleinschalige, gereguleerde vuurwerkmomenten. Ontheffing is alleen mogelijk voor bij regeling aangewezen F2‑vuurwerk en maximaal 200 kilo per evenement.
Alleen verenigingen en stichtingen die in het handelsregister staan ingeschreven kunnen een ontheffing aanvragen. Bij de aanvraag moet een veiligheidsplan met situatietekening en een overzicht van het vuurwerk worden ingediend; de burgemeester beoordeelt onder meer de geschiktheid van de locatie, bereikbaarheid voor hulpdiensten, veiligheidsafstanden en de afwezigheid van zeer kwetsbare objecten in de veiligheidszone. De burgemeester mag ontheffingen weigeren of intrekken, kan een maximumaantal per gemeente vaststellen en wordt geacht hierover af te stemmen met politie, brandweer en veiligheidsregio.
Veiligheidskaders bij afsteken
Het besluit introduceert begrippen als afsteekplaats, afsteekterrein, veiligheidsafstand en veiligheidszone. Op het afsteekterrein mag maximaal 200 kilo F2‑vuurwerk aanwezig zijn, onder permanent toezicht, met een niet‑brandbare ondergrond, verbod op roken en open vuur, en verplichte aanwezigheid van minimaal twee geschikte blusmiddelen. Ontbranders (minimaal 16 jaar) werken onder leiding van één of twee supervisors (minimaal 18 jaar), die continu zicht houden op vuurwerk, terrein en publiek en bereikbaar zijn voor hulpdiensten. Supervisor en ontbranders moeten een vuurwerkbril dragen, een aansteeklont gebruiken en mogen niet onder invloed zijn van alcohol of drugs. Afsteken is uitsluitend toegestaan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur en alleen handmatig, volgens gebruiksaanwijzing en veiligheidsafstanden; bij harde wind, extreme droogte, dichte mist of verstoring van de veiligheidszone moet direct worden gestaakt.
Verkoop, vervoer en teruglevering
Verkoop van F2‑vuurwerk aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis is in beginsel verboden, maar mag op 29, 30 en 31 december aan ontheffinghouders, tot maximaal het vergunde gewicht. De verkoper moet de ontheffing controleren, een kopie bewaren en per 25 kilo een veiligheidsbril en aansteeklont meegeven. Op 31 december mag het vuurwerk aan de ontheffinghouder worden uitgeleverd en moet dit direct naar het afsteekterrein worden vervoerd; tussentijdse opslag elders is niet toegestaan. Niet‑ontbrand vuurwerk moet uiterlijk 1 januari 18.00 uur kosteloos bij het verkooppunt worden geretourneerd.
Burgemeester Wienen van Haarlem benadrukt dat de regels voor ontheffingen – maximaal acht personen die vuurwerk mogen afsteken, waarvan minstens twee volwassen – ertoe kunnen leiden dat er bijna “per straat” kleine verenigingen ontstaan. Volgens hem wordt handhaving dan “een totale onmogelijkheid”, zeker omdat op die plekken veel publiek op de vuurwerkshows kan afkomen.
Daarnaast wordt gevreesd dat de politiek verwarring veroorzaakt: eerst helderheid bieden met een algeheel verbod, maar vervolgens toch via ontheffingen ruimte creëren. Wienen verwacht dat de bereidheid om in Haarlem mee te werken aan dergelijke ontheffingen gering zal zijn. Burgemeester Bruls ziet in Nijmegen evenmin een duidelijke vraag naar georganiseerde vuurwerkshows. Gemeenten zijn niet verplicht ontheffingen te verlenen en kunnen dus besluiten er geen gebruik van te maken.
Zorgen zijn er ook over verschillen tussen gemeenten. Bruls voorziet dat vergelijkbare verenigingen in de ene gemeente wél ontheffing krijgen en in de buurgemeente niet, wat volgens hem zal leiden tot discussies en de noodzaak tot regionaal overleg om een gezamenlijke lijn te vinden.



Geef een reactie