Het kabinet wil een landelijke afstandsnorm invoeren voor geitenhouderijen. Nieuwe geitenbedrijven mogen straks niet meer binnen 500 meter van woonkernen en andere gevoelige locaties, zoals scholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen, worden gevestigd.
Minister Hermans presenteert in een Kamerbrief een maatregelenpakket om de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen te beperken. Aanleiding zijn meer dan tien jaar onderzoek en meerdere adviezen van de Gezondheidsraad, waaruit blijkt dat mensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen een verhoogd risico hebben op longontstekingen. Het kabinet wil met het pakket niet alleen de volksgezondheid beter beschermen, maar ook duidelijkheid bieden aan omwonenden, geitenhouders, woningbouwprojecten en lokale overheden.
Landelijke afstandsnorm
De belangrijkste maatregel is het voornemen om een landelijke afstandsnorm van 500 meter in te voeren tussen geitenhouderijen en woonkernen of andere gevoelige functies, zoals kinderdagverblijven, scholen en zorginstellingen. Binnen deze afstand mogen geen nieuwe geitenhouderijen worden gevestigd en mogen ook geen nieuwe woningen of andere gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. Vergunde projecten en onherroepelijke omgevingsplannen kunnen wel doorgaan. Volgens het kabinet biedt een afstand van 500 meter een goede balans tussen bescherming van de volksgezondheid en de gevolgen voor woningbouw en de geitensector. Een afstand van 1.000 meter zou veel grotere ruimtelijke gevolgen hebben, terwijl het gezondheidsrisico buiten 500 meter volgens de beschikbare onderzoeken niet statistisch significant verhoogd is. Voor de invoering van de afstandsnorm moet eerst een plan-milieueffectrapportage worden doorlopen.
Uit een impactanalyse blijkt dat Nederland 338 melkgeitenhouderijen met minimaal vijftig geiten telt. Ongeveer 13.600 woningen liggen binnen 500 meter van een geitenhouderij en bijna 80.000 woningen binnen 1.000 meter. Ook diverse woningbouwlocaties bevinden zich binnen deze afstanden, vooral in Noord-Brabant en Gelderland. Volgens het kabinet biedt een landelijke afstandsnorm meer ontwikkelingsruimte voor de sector dan de huidige provinciale moratoria, die in negen provincies gelden.
Emissiereducerende maatregelen
Naast ruimtelijke maatregelen zet het kabinet in op het ontwikkelen van effectieve emissiereducerende maatregelen. Wageningen University & Research onderzoekt de komende jaren hoe uitstoot van bacteriën, endotoxinen en fijnstof uit geitenstallen kan worden verminderd. Daarbij wordt gekeken naar onder meer aangepaste stalsystemen, mestopslag, strogebruik, weidegang en luchtreiniging. Ook stimuleert het kabinet de sector om alvast zogenoemde no-regret-maatregelen te nemen, zoals vaker uitmesten en stofarm instrooien, hoewel de effectiviteit daarvan nog moet worden aangetoond.
Voor bestaande situaties richt het kabinet zich op zogenoemde prioritaire locaties, waar veel woningen of kwetsbare groepen zich dicht bij geitenhouderijen bevinden. Samen met provincies en gemeenten wordt bekeken welke maatregelen daar passend zijn. Daarbij wordt gedacht aan vrijwillige uitkoop of verplaatsing van bedrijven en het toepassen van emissiereducerende maatregelen zodra die bewezen effectief zijn. Tot die tijd mogen bestaande bedrijven binnen de afstandsnorm niet uitbreiden, tenzij later effectieve en handhaafbare emissiebeperkende technieken beschikbaar komen.
Anticiperen
Om de effecten van het maatregelenpakket te volgen, start nog deze maand een nieuwe epidemiologische studie naar longontstekingen in de periode 2023-2025. De resultaten worden medio 2027 verwacht en vormen de basis voor latere evaluaties. Het kabinet vraagt provincies hun bestaande moratoria voorlopig te handhaven en gemeenten om bij ruimtelijke plannen alvast rekening te houden met de aangekondigde regelgeving. Over de voortgang van de uitwerking informeert het kabinet de Kamer later dit jaar.




Geef een reactie