Meer realiteitszin nodig bij vormgeving van inkomensbeleid

3

Het Nederlandse inkomensbeleid stuit op grenzen. De afgelopen jaren zijn steeds meer heffingskortingen, toeslagen en faciliteiten in het leven geroepen. Goed bedoeld, maar met als treurig resultaat dat huishoudens met de hoogste noden steeds moeilijker worden bereikt.

Door het grote aantal kortingen, toeslagen en de uiteenlopende voorwaarden die daaraan verbonden zijn, dreigen belastingplichtigen door de bomen het bos niet meer te zien. De veelheid aan regelingen leidt tot ongelijkheid tussen de goed geïnformeerde burger die weet van welke regelingen hij gebruik kan maken, en de minder goed geïnformeerde burger die dit niet weet.

Balansverkorting
In Nederland pompen we geld rond tussen de burger en de schatkist. Enerzijds wordt de schatkist dit jaar gevuld met 232 miljard euro via 20 kostprijsverhogende belastingen, 7 directe belastingen, de premies volksverzekeringen en de premies werknemersverzekeringen. Daar staan echter 118 (!) faciliteiten tegenover. Die zijn samen goed voor 89 miljard euro die de schatkist meteen weer verlaten. 

Samensmelten
Stroomlijning van het fiscale instrumentarium ligt voor de hand. Een denkrichting zou daarbij kunnen zijn dat alle heffingskortingen en toeslagen samensmelten tot één globale regeling voor inkomensondersteuning van huishoudens. Op basis van een aantal objectieve criteria (aantal kinderen, wel of geen woontoeslag, wel of geen zorgverzekering) krijgt de burger recht op forfaits.

Uniform
Die forfaits vormen opgeteld de toeslag voor de belastingbetaler. Er geldt vervolgens een uniform inkomensafhankelijk afbouwtraject. Meer lezen over het vereenvoudigen van het belastingstelsel? Neem een introductieabonnement op Sociaal Bestek.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

3 reacties

  1. Rob Moddemeijer op

    Koen heeft m.i. hier volledig gelijk. Dat geldt overigens niet alleen voor al die inkomens- toeslag- en bijdragecomponenten maar voor alle regelgeving.
    Ik ben HBO-opgeleid, boven de 50 en administratief kundig. Maar door alle naamswijzigingen, regelingswijzigingen en het enorme oerwoud ben ik ook al jaren het zicht kwijt op alle regelingen die te maken hebben met kind, zorg en fysieke/geestelijke beperkingen. Er is werkelijk geen touw aan vast te knopen, en de namen van de componenten lijken ook nog eens zo veel op elkaar dat ik ze regelmatig door elkaar haal.
    Ik denk dat de overheid zich eens bewust moet zijn dat de burger niet, zoals de overheid zelf, een club ambtenaren tot zijn beschikking heeft die hier fulltime allerlei aanpassingen voor verzint, en deze ook nog bij kan houden.

  2. J van den Brink op

    Belangrijk hierbij is de loket en probleem gerichte aanpak van de betrokken uitvoerende medewerkers van gemeenten en andere instellingen. In het denkpatroon zit “is dit een probleem voor mijn loket” Ja/ Nee. Dat moet een oplossing gerichte aanpak worden “Hoe los ik het probleem van de client op”. Dat probleem wordt nog verzwaard door onduidelijkheid over de taak invulling, Doel extern klanttevredenheid of intern bezuiniging en budget beheer.

  3. secretaris ver. P.E.L. op

    De eeuwige wijzigingen in dit soort regelgeving bevordert het niet-gebruik van regelingen. Soms lijkt dat wel opzet. Complexiteit dient een doel. Want stel dat er eenvoudige regelingen waren: dan namen de uitgaven toe en zeiden de ambtenaren: het wordt te duur: er moet gesneden worden in regeling zus of zo. Waarop vervolgens de regeling weer moeilijker toegankelijk wordt gemaakt.

Reageer