De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de Tweede Kamer om het initiatiefwetsvoorstel tot intrekking van de Spreidingswet niet in behandeling te nemen. Volgens de Afdeling kleven er ernstige bezwaren aan het voorstel en ontbreekt een overtuigende onderbouwing voor afschaffing van de wet.
De Spreidingswet, die sinds 1 februari 2024 van kracht is, verplicht gemeenten bij te dragen aan de opvang van asielzoekers. Het doel is te komen tot een evenwichtige verdeling van opvangplaatsen, meer solidariteit tussen gemeenten en minder afhankelijkheid van crisis- en noodopvang.
De initiatiefnemers vinden dat de wet gemeenten te weinig ruimte laat om rekening te houden met lokale wensen en dat de aandacht vooral uitgaat naar het organiseren van opvang, terwijl volgens hen de hoge asielinstroom het werkelijke probleem is. Daarom willen zij de wet intrekken.
Verplichte gemeentelijke taken zijn niet uitzonderlijk
De Raad van State wijst erop dat het niet ongebruikelijk is dat het Rijk gemeenten belast met de uitvoering van nationale taken. Ook de Spreidingswet past binnen het Nederlandse staatsbestel. Volgens de Afdeling is destijds voor deze wettelijke taak gekozen omdat Nederland anders niet kan voldoen aan nationale en internationale verplichtingen om asielzoekers op te vangen.
Daarnaast merkt de Raad van State op dat gemeenten, provincies en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zich juist tegen afschaffing van de wet hebben uitgesproken. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zou het intrekken van de Spreidingswet leiden tot een onbeheersbare situatie met een groter beroep op noodopvang en meer maatschappelijke onrust.
Geef de uitvoering de tijd
De Afdeling benadrukt dat de Spreidingswet nog maar kort van kracht is en dat de tweejaarlijkse verdeelcyclus pas één keer volledig is doorlopen. Een stelselwijziging vergt tijd om werkprocessen op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau aan te passen. Het terugdraaien van de wet voordat de effecten goed kunnen worden beoordeeld, acht de Raad van State onwenselijk.
Ook wijst de Afdeling erop dat de wijze waarop asielzoekers worden opgevangen losstaat van de omvang van de asielinstroom. Intrekking van de Spreidingswet beperkt de instroom niet, maar kan wel de beschikbare opvangcapaciteit verkleinen en daarmee de bestaande problemen juist vergroten. Daarom adviseert de Raad van State het wetsvoorstel niet verder in behandeling te nemen.



Geef een reactie