Grenzen aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt

0

Flexwerk zou mensen ontwikkelingskansen bieden en fungeren als opstap naar een betere, vaste baan. Maar TNO’ers Robert Vergeer en Steven Dhondt hebben zo hun vraagtekens bij verdere flexibilisering, ook al omdat de gezondheidsomstandigheden en de betaling voor flexwerkers slechter zijn dan voor vaste krachten.

Een vermeend voordeel van flexwerk is dat een flexibel contract leidt tot een grotere kans op een vaste baan. Maar uit recent onderzoek blijkt dat die kans tussen 2001 en 2010 is gezakt van 30% naar 23%. Uit de jaargangen tot en met 2011 van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) , periodiek uitgevoerd door TNO en CBS, blijkt bovendien dat flexwerk significant minder uitdagend, minder gevarieerd en minder innovatief is dan vast werk. Ook wordt minder geïnvesteerd in de training van flexwerkers.



Verzuimen


Gezondheidsklachten hangen samen met flexwerk. Burnout klachten komen bij flexwerkers in 11,6% van de gevallen voor, bij vaste werknemers in 10,2%. Bij RSI-klachten is eenzelfde beeld te zien. Van de vaste werknemers heeft 32,7% klachten, tegenover 34,3% van de flexibele werknemers. Ondanks de grotere gezondheidsproblemen melden flexwerkers zich niet vaker ziek dan hun collega’s met een vast contract, waarschijnlijk uit angst voor ontslag.



Beloning


Uit diverse onderzoeken blijkt dat werknemers met flexibele contracten structureel slechter betaald worden dan hun collega’s met een vast contract, ook als wordt gecorrigeerd voor sector, opleiding of leeftijd. De NEA-data laten zien dat flexwerkers die hoofdkostwinnaar zijn, vaker moeite hebben om rond te komen dan tegenhangers met een vast contract. 31,2% van de flexwerkers komt geld te korte, terwijl dit percentage bij vaste contracten op 25,1% ligt.

 

Meer lezen over flexibilisering? Neem een introductieabonnement op Sociaal Bestek.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer