Uit onderzoek dat op economenplatform ESB is gepubliceerd, blijkt dat Nederlandse jongeren veel sterker aan hun regio gebonden zijn dan vaak in economisch beleid wordt aangenomen.
De analyse laat zien dat gemiddeld 55 procent van de jongeren op 28-jarige leeftijd nog in dezelfde gemeente woont als op hun zestiende. Op provincieniveau is de honkvastheid nog groter: ongeveer tachtig procent woont op 28-jarige leeftijd nog in dezelfde provincie.
De onderzoekers baseren zich op data over Nederlanders geboren tussen 1980 en 1995. De meeste verhuizingen vinden plaats tussen het achttiende en 22e levensjaar. Daarna neemt de mobiliteit af en rond het 28e levensjaar stabiliseert het aandeel jongeren dat in de oorspronkelijke gemeente woont.
Opleidingsniveau
Volgens ESB bestaan er grote verschillen naar opleidingsniveau. Vooral mbo-opgeleiden zijn sterk aan hun oorspronkelijke woonplaats gebonden: meer dan zestig procent woont op 28-jarige leeftijd nog in de gemeente waar zij opgroeiden. Onder wo-opgeleiden is dat slechts ongeveer dertig procent. Hbo- en wo-opgeleiden uit niet-stedelijke gebieden vertrekken bovendien relatief vaak naar grote steden, mede doordat daar meer banen voor hogeropgeleiden beschikbaar zijn.
Ook geografisch zijn de verschillen aanzienlijk. Urk heeft met tachtig procent het hoogste aandeel blijvers. In Amsterdam is dat 74 procent en in Rotterdam 71 procent. Bloemendaal bevindt zich met slechts veertien procent aan de andere kant van het spectrum. Tegelijkertijd constateren de onderzoekers dat jongeren geleidelijk mobieler worden: bij generaties geboren na 1990 ligt het gemiddelde blijfpercentage inmiddels onder de vijftig procent.
Regionaal economisch beleid
De bevindingen hebben volgens ESB belangrijke gevolgen voor regionaal economisch beleid. Beleidsmakers gaan er vaak vanuit dat werknemers naar regio’s verhuizen waar nieuwe banen ontstaan. In werkelijkheid is die mobiliteit beperkt, vooral onder praktisch opgeleiden. Regio’s kunnen daarom niet vanzelfsprekend rekenen op personeel van elders. Dat geldt bijvoorbeeld voor groeiregio’s als Brainport Eindhoven, maar ook voor de energietransitie, zorg en het onderwijs, waar veel lokaal en regionaal gebonden werknemers nodig zijn.
De onderzoekers pleiten daarom voor meer aandacht voor lokale opleidingen en werkgelegenheid. Vooral perifere en krimpregio’s zijn afhankelijk van lokaal opgeleid personeel en lopen tegelijkertijd het risico dat hogeropgeleiden vertrekken. Regionaal beleid moet volgens het ESB-artikel dus niet alleen proberen werknemers naar economische groeigebieden te lokken, maar ook investeren in het opleiden en behouden van mensen in hun eigen regio.



Geef een reactie