Opinie Tijd voor een noodwet openbaar bestuur

0

De coronacrisis heeft het openbare leven in Nederland grotendeels tot stilstand gebracht. Via digitale netwerken proberen mensen met elkaar in contact te blijven en houden bedrijven de zaken zoveel mogelijk draaiende. Dat geldt ook voor provincies, waterschappen en gemeenten. Alleen voor gemeenteraden en provinciale staten blijkt dit een enorme worsteling.

Deze organen moeten immers in het openbaar vergaderen, zo schrijft de Grondwet voor. Een belangrijk democratisch beginsel. Uit de Gemeentewet, Provinciewet en Waterschapswet volgt ook nog dat de leden bij de vergaderingen ‘tegenwoordig’ moeten zijn, oftewel aanwezig. Of digitale vergaderingen tot de mogelijkheden behoren, zoals het ministerie van Binnenlandse Zaken hierover veronderstelt, is dus maar de vraag. Dat geldt ook voor algemene besturen van openbare lichamen ingesteld bij gemeenschappelijke regelingen.

Achter gesloten deuren

In artikel 23 lid 1 van de Gemeentewet wordt de hoofdregel herhaald: de vergaderingen zijn openbaar. De deuren kunnen worden gesloten door de raad, maar daarachter mag bijvoorbeeld niet besloten worden over gemeentebelastingen, de begrotingen jaarrekening, en de benoeming en ontslag van wethouders. Voor een raadsvergadering is het nodig dat meer dan de helft van ‘zitting hebbende leden’ aanwezig is, anders kan de vergadering niet beginnen.

Met zitting hebbende leden wordt het wettelijk aantal raadsleden verstaan minus eventuele vacatures. Voor provinciale staten geldt hetzelfde, en zodoende hebben provinciale staten van Drenthe creatief gerekend om aan deze eis te voldoen. Van belang is dat raadsleden niet de toegang tot de raadsvergadering kan worden ontzegd, behalve wanneer een raadslid door zijn gedragingen de zaken herhaald belemmert.

Creatieve truc

Naast Drenthe bedacht ook de gemeenteraad van Haarlemmermeer een creatieve truc. Daar constateerde de burgemeester dat het quorum niet gehaald was en de vergadering dus niet kon doorgaan. Vervolgens kan op grond van de Gemeentewet een nieuwe vergadering worden uitgeschreven waarbij de quorumeis niet geldt. Twee raadsleden waren aanwezig, zodat men kon besluiten. Creatief gevonden, mijns inziens binnen de kaders van de Gemeentewet, maar vanuit democratisch perspectief onhoudbaar als oplossing indien deze crisis langer aanhoudt.

Bij besluitvorming is het nog ingewikkelder. Daar geldt óók een stemquorum. Er mag pas gestemd worden indien de helft van aantal leden dat zitting heeft, en zich niet hoeft te onthouden van stemming, deelneemt. Voor stemming is bovendien een harde eis dat men letterlijk aanwezig is (art. 32 lid 2 Gemeentewet). Digitaal stemmen lijkt daarmee dus al helemaal uitgesloten.

Noodwet openbaar bestuur

Veel beter dan creatieve kunstgrepen zou het zijn als de minister van BZK met een ‘noodwet openbaar bestuur’ komt. Dat zou mogelijkheid bieden in deze noodsituatie voor nog een andere vorm: gesloten deuren, maar met openbare verslagen én livestream. Omdat fysieke aanwezigheid van geïnteresseerden niet meer mogelijk is in dit geval, kunnen meteen digitale vergaderingen en besluitvorming geregeld worden.

De technieken bestaan, laat gemeenteraden maar bedenken hoe zij dit het beste kunnen aanpakken. Geef bijvoorbeeld de tijdelijke bevoegdheid aan de burgemeester om hierover een digitale vergadering te beleggen, zodat de gemeenteraad niet ouderwets bijeen hoeft te komen om de nieuwe werkwijze te bekrachtigen. Als men de normen van openbaarheid en transparantie maar in acht neemt.

Zoals de Nationale ombudsman in 2011 zei: ‘openbaarheid impliceert dat stellingname door of overwegingen van volksvertegenwoordigers over een besluitvormingsproces niet aan de openbaarheid mogen worden onttrokken en daarover verantwoording moet worden afgelegd in openbare vergaderingen.’ Het uitgangspunt dat in beginsel in openbaarheid wordt vergaderd, beoogt onder meer de kennis en beïnvloeding van bestuurlijke- en beleidsprocessen door inwoners te vergroten. Neemt een raad dit niet in acht, dan kan via spontane vernietiging altijd nog ingegrepen worden.

Experiment

Op die manier wordt het openbaar bestuur niet lamgelegd. De discussie of dit definitief moet worden ingevoerd, kan na de coronacrisis plaatsvinden. Dit kan tevens als experiment dienen voor een eventuele toekomstige wetswijziging. Maar voor zorgvuldige onderbouwde experimenteerbepalingen is nu geen tijd!

Over Auteur

Rob de Greef

Rob de Greef is senior adviseur en directeur bij Cooperación te Helmond, associate bij PROOF Adviseurs in Rotterdam, docent/onderzoeker staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en kerndocent van leergangen en cursussen rond samenwerking bij de VU Law Academy. Hij is gespecialiseerd in het bestuurlijk organisatierecht en publiceert regelmatig hierover. Daarnaast werkt hij aan een proefschrift over de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen.

Reageer

Het laatste nieuws van Gemeente.nu in je mailbox?

Meld je aan voor de algemene nieuwsbrief of een van de themanieuwsbrieven van Gemeente.nu.

Aanmelden