Gemeenten maken op grote schaal gebruik van ETFAL. Het nogal abstracte afwegingskader onder de Omgevingswet heeft inmiddels tot tientallen rechtszaken geleid. Tot nu toe komen gemeenten er goed vanaf.
Met de komst van de Omgevingswet moeten gemeenten elk bouwplan toetsen aan de nieuwe wettelijke norm van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locatie’, in het veld ‘ETFAL’ gedoopt.
Onder de oude wetgeving stond dit toetsingscriterium bekend onder de term ‘goede ruimtelijke ordening’.
Het brede afwegingskader van ETFAL kijkt daarentegen naar de volledige fysieke leefomgeving. Dus niet alleen naar de ruimtelijke inpassing van een initiatief, maar ook naar andere belangen, van de woon- en leefkwaliteit en sociale veiligheid, tot duurzaamheid en klimaatadaptatie (is er bijvoorbeeld met voldoende waterberging rekening gehouden?).
De ETFAL-norm is belangrijk voor gemeenten bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de populaire buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Dat betekent dat ook initiatiefnemers in een vroeg stadium rekening moeten houden met de bredere belangenafweging van ETFAL dan enkel met de ruimtelijke inpasbaarheid hun project.
Veel beleidsruimte
In de Omgevingswet staat de ETFAL-norm nogal abstract geformuleerd. Er zijn geen wettelijke regels wanneer er wel of geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gemeenten hebben volop beleidsruimte om zelf in te vullen wat binnen een initiatief of project ‘een evenwichtige toedeling’ is.
Wel moeten ze hun besluiten onderbouwen en in de motivering de verschillende belangen zo expliciet mogelijk meenemen, om de juridische houdbaarheid van besluiten te waarborgen.
Bestuursrechter
Dat laatste is precies waar het om draait. In feite heeft de bestuursrechter het laatste woord om het begrip ETFAL nader ‘in te kleuren’, nu de wetgever dat achterwege heeft gelaten.
Uit de eerste jurisprudentie blijkt bijvoorbeeld dat bij een BOPA een ‘actievere en integralere motivering’ van de gemeente wordt verwacht dan onder de oude Wabo. De afweging moet ‘concreet en objectief onderbouwd’ zijn.
Deze uitspraak is nog maar het begin. Het aantal rechtszaken over vergunningen waarin ETFAL is meegenomen, is flink gegroeid. Medio dit jaar werd de grens van 150 op dit afwegingskader gebaseerde uitspraken gepasseerd.
Dat zijn vooral nog voorlopige uitspraken van lokale rechtbanken (door de zogeheten voorzieningenrechter). Definitieve uitspraken vinden in hoger beroep plaats bij de Raad van State. Deze piek moet nog komen.
Analyse
Een eigen analyse door Gemeente.nu van een groot aantal uitspraken leert, dat rechters ETFAL grosso modo hetzelfde behandelen als de oude wettelijke norm voor ‘een goede ruimtelijke ordening’.
Wel wijzen ze gemeenten erop dat ze nu breder moeten kijken. Ook aspecten als privacy en gezondheid moeten nu écht vanaf het begin worden meegewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Stoel
De rechter gaat overigens niet op de stoel van de gemeente zitten, maar toetst alleen of de gemeente alle belangen eerlijk heeft afgewogen. Als de onderbouwing logisch is, krijgt de gemeente vrijwel altijd gelijk.
Als een gemeente een project bijvoorbeeld logisch vindt op een bepaalde plek, krijgt ze daarvoor de ruimte. De rechter accepteert echter geen ‘luie’ onderbouwingen meer. Gemeenten moeten heel goed en objectief uitleggen waarom het ene belang zwaarder weegt dan het andere.
Lijn
Niet alles valt onder ETFAL. Omwonenden die bijvoorbeeld protesteren tegen de komst van een asielzoekerscentrum of opvanglocatie, krijgen van de rechter vaak te horen dat angst voor een andere cultuur of taalachterstand niet onder ETFAL valt. De norm gaat over de fysieke leefomgeving, niet over sociale integratie.
Opvallend is wel dat met name over de voorgenomen huisvesting van asielzoekers al een tiental rechtszaken op basis van ETFAL is gevoerd, overigens veelal in het nadeel van protesterende omwonenden.
In andere uitspraken heeft de rechter ook gemeenten teruggefloten, omdat ze de belangen van omwonenden en belanghebbenden uit het oog zijn verloren bij het integrale ETFAL-afwegingsproces.
Voordeel
Over het algemeen pakken de rechtszaken vaker uit in het voordeel van gemeenten. Uit de analyse door Gemeente.nu blijkt dat rechters in veruit de meeste zaken het besluit van de gemeente in stand laten.
De rechter toetst vooralsnog terughoudend. De belangrijkste reden hiervoor de beleidsruimte van gemeenten. De insteek van de Omgevingswet is immers dat de gemeente zelf mag beslissen wat er lokaal gebeurt. De rechter mag inhoudelijk niet over een project oordelen.
Mocht de ETFAL-afweging volgens de rechter onvoldoende zijn, dan krijgen gemeenten vaak de kans om dat te repareren. De vergunning blijft hierdoor uiteindelijk gewoon overeind.
Omgevingsplan
Ook bij het opstellen van het omgevingsplan moeten gemeenten ervoor zorgen dat de planregels ‘ETFAL-proof’ zijn.
Eigen kennis is cruciaal om de sluitende planregels op te kunnen stellen. Het ‘ETFAL’-criterium is daarmee tevens een goede reden, om het maken van het omgevingsplan niet uit te besteden aan stedenbouwkundige bureaus.




Geef een reactie