Opinie Stuurde Ollongren per ongeluk nepnieuws naar de Kamer?

0

Een bijzondere brief van minister Ollongren (BZK) kwam ons laatst onder ogen. Ze gaat daarin volledig voorbij aan het morele appel om lokale politieke partijen hetzelfde te behandelen als landelijke. Dit kán bijna niet waar zijn. Bevat de Kamerbrief per ongeluk nepnieuws?

De eerste berichtgeving over de brief leidde al tot geprikkelde reacties en vragen. Nu dan wat verdieping. Het verhaal begint ermee dat Ollongrens ambtsvoorganger Plasterk de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) laat evalueren door Kars Veling. Die wet bepaalt wanneer een partij subsidie kan krijgen, maar bevat ook regels voor bijvoorbeeld financiële openheid. En Kars Veling? Parlement.com omschrijft hem als ‘bescheiden, aimabele en gewaardeerde senator van het GPV en later van de ChristenUnie, waarvan hij in 2002 ook de eerste lijsttrekker werd’.

Historisch perspectief

Velings rapport schetst het historisch perspectief in de bijgaande tabel. Dit raakt niet direct aan de lokale partijen, maar interessant is het zeker. Zo zien we dat subsidiëring van de Nederlandse partijpolitiek in de jaren 70 begint bij de verbonden wetenschappelijke instituten. Dit tegen de achtergrond van wat je het eerste verval van de partijen zou kunnen noemen. De ontzuiling zorgde voor dalende ledenaantallen en inkomsten. Aanvankelijk overheerste terughoudendheid, maar de inzet van publieke middelen voor partijen werd steeds vanzelfsprekender. Inmiddels gaat het om veel meer dan ‘wetenschap’; uit de schatkist worden ook campagnekassen gespekt.

Pijlsnel oplopende bedragen

De uitgekeerde bedragen lopen vooral sinds de millenniumwisseling stevig op, zoals blijkt uit dit staatje, eveneens ontleend aan het rapport. De cijfers zijn alweer wat verouderd, momenteel gaat het om een kleine 17 miljoen euro per jaar. Of dit alles ook wat oplevert, is maar de vraag. Want terwijl de subsidies oplopen blijven de ledenaantallen vooral kelderen, net als het vertrouwen in politici. Maar terug naar het punt.

Veling benoemt de pijn

Lokale partijen: Veling krijgt de opdracht ook daarnaar te kijken. Dit gebeurt mede op verzoek van Kamerleden, die in ieder geval al sinds 2005 geregeld oproepen tot financiële ondersteuning voor de plaatselijke spelers. Van een serieuze uitvoering komt het echter niet; bewindslieden laten het liggen en dan rent de Kamer ook niet heel hard meer. Als Veling begin 2018 zijn rapport uitbrengt, benoemt hij integer en onomwonden dat op lokaal niveau de schoen wringt.

De kern van het probleem is dat alleen landelijke politieke partijen een beroep kunnen doen op subsidie. Hun lokale afdelingen liften daarop mee, bijvoorbeeld via verkiezingscampagnes en ondersteuning bij het werk als raadslid. De ‘lokalen’ moeten het rooien zonder een cent belastinggeld. Dat is zo krom als een hoepel, Veling rept van ‘een ongelijkheid die niet langer te verdedigen valt’. Een logische en niet mis te verstane boodschap, die voor de verantwoordelijke een morele plicht schept. De minister zal er iets mee moeten doen.

Kort daarna, in maart 2018, boeken de lokalen een mooie verkiezingsuitslag, wat de urgentie zeker niet kleiner maakt. Al die lui bij deze partijen doen hetzelfde werk als bijvoorbeeld D66’ers. Dus: gelijke monniken, gelijke kappen. Ook dat zijn niet precies Velings woorden, maar daar komt zijn boodschap op neer. Concreet stelt hij voor om jaarlijks 2,8 miljoen euro – gemiddeld 3500 per fractie – naar lokale partijen te sluizen: klein bier voor rechtvaardigheid, laten we eerlijk zijn. De subsidie zou kunnen lopen via het Gemeentefonds.

Wet op de politieke partijen

Om de reactie hierop van Ollongren te kunnen duiden, moeten we eerst bij nog een ander advies te rade, dat van de staatscommissie parlementair stelsel. Die stond onder voorzitterschap van Johan Remkes, oud-VVD-minister van Binnenlandse Zaken, en eveneens integer voor zover mij bekend. Hij doet een hele reeks voorstellen, waarvan in dit verband een Wet op de politieke partijen, kortweg WPP relevant is. Met een dergelijke wet in de hand kunnen partijen die een gevaar vormen voor de democratie mooi aangepakt en verboden worden.

Veling noemt – toeval bestaat – ook de mogelijkheid van een WPP, zij het in een andere context. Hem valt op dat de politieke financieringswet, zijn onderzoeksobject dus, op dit moment organisatorische eisen stelt aan subsidies. Om in aanmerking te komen moet je bijvoorbeeld minimaal een Kamerzetel en duizend leden hebben; de vereisten waardoor lokale clubs achter het net vissen. De Wfpp zou hiervoor een ‘oneigenlijke plek’ zijn, aldus Veling, omdat deze eisen verder in geen enkele wet terugkomen. Een algemenere WPP lijkt daarvoor meer geschikt. Goed.

Ollongrens monsterproject

Daar kan de minister wel wat mee. Ollongren grijpt de twee adviezen tezamen aan om, jawel, een gloednieuwe WPP aan te kondigen. Een ambitieus project waarmee bijvoorbeeld de Duitsers een kleine twintig jaar zoet waren, terwijl het daar een grondwettelijke verplichting was. Ollongren erkent in haar Kamerbrief dat deze wet ‘enige tijd vergt’ en niet deze kabinetsperiode zal worden afgehamerd. Begrijpelijk, stel je alleen al de polarisatie voor als de ledenloze structuur van de PVV tot parlementaire uitsluiting zou leiden. En kan zo’n wet wel zonder extra grondwettelijke waarborgen? Genoeg potentie voor veel en langdurige discussie, zo lijkt het.

Hoe zijn de lokale partijen daarmee geholpen? Nou, niet. Wat opzien baart, is dat Ollongren de ongelijke behandeling van lokale partijen uitgerekend parkeert onder dit monsterproject van een Wet op de politieke partijen. Dat doet ze in die brief des aanstoots. En het betekent nogal wat, namelijk uitstel voor onbepaalde tijd. Haar beknopte uitleg doet daarbij geen recht aan de indringende oproep van Veling, die ze zelfs geheel onbesproken laat. De hele paragraaf ademt de sfeer dat Ollongren er niets voor voelt om de scheve financiële verhoudingen tussen partijen recht te trekken.

Jammer maar helaas

In plaats van rechtstreeks de geldkwestie te bespreken, bevat de brief een onbestemd verhaal over de ‘ondersteuningsbehoefte’ van lokale partijen. Het kabinet is zich daarvan bewust, het kabinet brengt in kaart, het kabinet voert gesprekken, het kabinet heeft ProDemos ingeschakeld, et cetera. Uiteindelijk evalueert het kabinet weer, en dan moet komend najaar de ‘ondersteuningsbehoefte’ helder zijn. En jammer maar helaas: dat is te laat voor de wijzigingen die de Wfpp op korte termijn zal ondergaan, zo leert de brief. Precies, en van die procedure kan natuurlijk niet worden afgeweken.

Wat ook boekdelen spreekt, zijn de slagen om de arm. Er zal ‘worden gekeken naar de vraag of subsidiëring van decentrale politieke partijen op termijn een optie kan zijn’, schrijft Ollongren. Alsof het hele advies niet bestaat dan wel gisteren met de post is bezorgd. En verder: ‘Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, dan zal worden bezien hoe dit kan worden georganiseerd op een wijze die rekening houdt met de diversiteit aan decentrale politieke partijen en gemeenten en de grote schaal van de opgave.’ Oftewel: no way.

Zo slaagt Ollongren erin zichzelf niet als een toonbeeld van democratie af te schilderen. Wat moeten lokale partijen hiervan denken? Wat zegt het over háár integriteit, die ook belangrijk is? Ik zal geen bloemlezing geven van de reacties op Twitter, maar de strekking is zo’n beetje dat de minister het belang van de elite in Den Haag schaamteloos laat prevaleren boven dat van het Nederlandse volk, en zo verder. Maaarrr. Ik geloof hier dus helemaal niets van.

Opheldering komt!

Wat ik hoop en vermoed, is dat er ordinair nepnieuws in de Kamerbrief is geslopen. De wake-up call van Veling was té duidelijk, doorgaan op de oude voet kan niet. Ollongren zal dat ook inzien. Waarschijnlijk is er ergens in ‘het proces’ iets niet goed gegaan, kan gebeuren. Of er spelen geheime zaken die eerst getackeld dienen te worden, bijvoorbeeld omtrent staatsveiligheid. Of de talentloze stagiair mocht een alinea tikken en daar keek niemand meer naar om. Ik weet het niet. Het kan van alles zijn. Maar de minister gaat draaien, let maar op! En dan blijkt het allemaal fake!

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen: helemaal gerust ben ik er inmiddels niet meer op. Niet gezien de voorgeschiedenis, niet gezien de brief van de minister, en nog minder sinds een kort telefoongesprek vrijdag met Fons Zinken, voorzitter van de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG), die zich opwerpt als belangenbehartiger voor lokale partijen. De VPPG en Binnenlandse Zaken, zo begrijp ik uit het gesprek, kennen elkaar voornamelijk uit de rechtszaal. Desalniettemin wil de VPPG graag nog om tafel met Ollongren. Meerdere verzoekbrieven zijn haar kant uitgegaan. ‘Maar ze reageert niet meer,’ aldus Zinken.

Deze blog is sinds publicatiedatum een aantal keren geüpdatet; o.a. de historische gegevens, rol van de Tweede Kamer en beeld zijn later toegevoegd.

Over Auteur

Richard Sandee

Richard Sandee is coördinator van Gemeente.nu. Hij heeft ruim vijftien jaar ervaring als journalist op het gebied van openbaar bestuur. r.sandee@sdu.nl

Reageer

Het laatste nieuws van Gemeente.nu in je mailbox?

Meld je aan voor de algemene nieuwsbrief of een van de themanieuwsbrieven van Gemeente.nu.

Aanmelden