Ambtenarenwerk wordt drama

1

Na maanden observatie van gemeenteambtenaren blijkt het werk voor de lokale overheid zich prima te lenen voor een drama op de planken. “Traagheid komt door zorgvuldige afweging”, stelt de toneelschrijver.

Schrijver en acteur Marcel Osterop liep ongeveer drie maanden mee in de gemeente Eindhoven, vaak hele dagen. Het resultaat, met de titel Waterdragers, ging onlangs in première. Veel van de geobserveerde ambtenaren zaten in de zaal.

[([002_RBIAdam-image-1597688.jpeg])]

Ook naar Waterdragers van Het Zuidelijk Toneel? Hier staat de speellijst voor de komende tijd >>

“Er zijn twee groepen”, is een observatie in het toneelstuk. “De groep van harde werkers, en de groep die met de eer strijkt.” Conclusie: “Zorg dat je in de eerste terecht komt. Daar is minder concurrentie.”

De gemeente Eindhoven zet de ramen graag open, is de ervaring. Daarom was de creatieve vlieg aan de muur ook welkom in het gebouw. “Wel heb ik geleerd pas na een vergadering op te schrijven wat ik gehoord had”, zegt Osterop. “Anders letten mensen wat te veel op hun woorden.”

Wat is de kern het ambtenarenwerk, eigenlijk?
“Praten”, zegt de toneelschrijver. “Praten en schrijven. Er is veel overleg nodig voor het afwegen van de belangen.”

Staat dit bol van jargon?
“Er worden veel afkortingen gebruikt, in ieder geval. Ik liep mee met de afdeling economische zaken en cultuur. Door mijn werk bij Het Zuidelijk Toneel had ik het idee juist bij cultuur goed mee te kunnen, maar het duurde langer dan gedacht voordat ik de taal goed begreep.”

Mocht je overal bij zijn?
“Ja. Ik zat vooral bij besprekingen over de grotere onderwerpen, omdat zij zich beter lenen voor mijn werk. Wel moest ik op voorhand een geheimhoudingsverklaring tekenen. Later begreep ik het nut van deze verklaring, want er worden nogal gevoelige zaken besproken. Verder mocht niemand zichzelf volledig herkennen in het stuk. Uiteraard wisten de ambtenaren met wie ik mocht meelopen vaak precies welke zin uit de mond van een acteur zij zelf ooit hadden uitgesproken.”

Wat viel je op?
“Dat iedereen een andere rol heeft. Je hebt de wethouders, raadsleden, verschillende ambtenaren en de buitenwereld. Al die partijen moeten afstemming vinden. Dat is fascinerend.”

Je moet het maar kunnen.
“Dat vraagt inderdaad om bevlogenheid. Om doorzettingsvermogen. Het clichébeeld van de luie ambtenaar kent iedereen wel, maar ik heb juist mensen gezien die met inzet hun punt maken via al die verschillende schijven.”

Welk cliché klopt wel, eigenlijk?
“Er wordt enorm veel koffie gedronken. Liters. Ook ik deed al snel mee; al voor de lunch had ik vijf of zes bakjes op.”

Waarom zo veel?
“Meestal heb je voor die lunch al vier besprekingen achter de rug. Vaak beginnen die met de vraag of je wat te drinken wil. Ik wil niet zeggen dat het je houvast geeft, maar je hebt wel iets in je handen als een spannende kwestie wordt besproken.”

Met welke gemeentebrede onderwerpen zijn ze bezig in Eindhoven?
“Er is geen geld; dat is aan de orde van de dag. Voor de verkiezing zitten veel ambtenaren met de handen in het haar. Er moet iets gebeuren, weten ze.”

Dat lijkt me niet eenvoudig.
“Dat is het ook niet. Toch blijven ze politiek neutraal. Slechts vanuit hun dossierkennis proberen ze met hun adviezen te sturen, is mijn ervaring.”

Kan je nog een dergelijk onderwerp noemen?
“Ja, er wordt ook veel gesproken over het faciliteren van initiatieven in de samenleving. Men wil de buitenwereld echt naar binnen halen. Wat dat betreft vond ik de zelfdenkende luxaflex van het gebouw metaforisch. Als de zon maar een beetje ging schijnen, ging de luxaflex dicht. Dat werd ook niet per se gewaardeerd.”

Waar gaat het toneelstuk over?
“In de eerste plaats om het maken van beleid. Dat moet er komen en dan moet je dus keuzen maken. Verder gaat het om het beleidsproces zelf. Hoe maak je dat efficiënter? In de praktijk blijkt dit een vaak gestelde vraag.”

Kan het niet wat sneller ook?
“De traagheid komt door een zorgvuldige afweging van heel veel belangen. Zo werkt onze democratie nu eenmaal. De gemeente zelf blijft tegelijkertijd bezig om dit proces te verbeteren.”

Hoe dan?
“Door het soort bijeenkomsten waar ik het liefst bij ging zitten. Daar ging het dan om de kracht van het team, over positionering of hoe je om gaat met een wethouder. Het is allemaal niet te vergelijken met het bedrijfsleven, want je weet bij god niet hoeveel groepen invloed hebben op je werk. Dat is ook een reden voor de externen die je overal ziet lopen.”

Die helpen bij dit proces?
“Jawel, en bij de nieuwe taken. Verder is de inhuur van externen ook vaak een politieke keuze. Dan zie je dat de gemeenteraad er graag een frisse wind in de vorm van een externe adviseur bij wil hebben.”

Zou je zelf kunnen werken als ambtenaar?
“Ik zou het waarschijnlijk twee jaar lang heel boeiend vinden. Daarna zou ik het toneel gaan missen.”

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

  1. GL Landsmeer op

    VEEL besparen en duurzaam bezig zijn, zuinig met water, n.a.v. bovenstaande tekst, hier geciteerd: ‘Welk cliché klopt wel, eigenlijk?
    ‘Er wordt enorm veel koffie gedronken. Liters. Ook ik deed al snel mee; al voor de lunch had ik vijf of zes bakjes op.’
    Koffie, zeker veel, doet water afdrijven en dus meer plassen.
    Plassen is doortrekken en niet alle gemeentehuizen hebben een aparte urine spoel functie op het toilet, of men gebruikt die niet.
    Op jaarbasis kan er ERG veel water bespaart worden en er zijn zat soorten thee die wel het ‘cafeïne effect’ hebben maar die geen vocht afdrijven.

Reageer