MOE-landers vragen om divers integratiebeleid

0

Processen van arbeidsmigratie van Polen, Roemenen en Bulgaren naar Nederland blijken zeer verschillend te verlopen, van tijdelijke arbeidsmigratie naar vestigingsmigratie.

Dit is de belangrijkste conclusie uit het rapport ‘Arbeidsmigratie in vieren’, uitgevoerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam, in samenwerking met Nicis Institute en 10 Nederlandse gemeenten.

Deze diverse migratiepatronen leiden tot verschillende integratiepatronen. Integratiebeleid moet hier rekening mee houden. De ene groep heeft meer belang bij tijdelijke huisvesting, terwijl inburgeringsprogramma’s beter werken voor andere categorieën.

4 categorieën arbeidsmigratie
Het onderzoek ‘Arbeidsmigratie in vieren’ wijst uit dat arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) een zeer gevarieerde groep vormen. Er zijn 4 typen migranten te onderscheiden, afhankelijk van de binding met het thuis- en bestemmingsland:

  • Tijdelijke arbeidsmigranten die kort in Nederland blijven, veelal laaggeschoold werk doen, nauwelijks geïntegreerd zijn en een groot deel van hun inkomen naar het thuisland sturen.
  • Transnationale of bi-nationale arbeidsmigranten zijn hoogopgeleid, goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, maar hebben ook nog een sterke band met het herkomstland. Deze migranten keren op termijn waarschijnlijk terug of migreren door naar een ander land.
  • Vestigingsmigranten zijn ook veelal hoogopgeleid, al langer in Nederland en willen ook voor een langere tijd met hun familie blijven.
  • Footloose migranten zijn kort in Nederland, spreken slecht Nederlands en zijn weinig geworteld in de Nederlandse samenleving. Het gaat vooral om laagopgeleiden met een zwakke arbeidspositie. De grootste groep bestaat uit Bulgaren zonder geldige werkvergunning (TWV), werkzaam in de informele economie.

Andere belangrijke conclusies uit het onderzoek zijn;

  • De overgrote meerderheid van de arbeidsmigranten heeft betaal werk (95%). Polen doen voornamelijk agrarisch werk en Bulgaren en Roemenen werken vooral in de bouw. Bulgaren verrichten daarnaast voornamelijk laag- of ongeschoolde handarbeid. 

  • Poolse migranten vinden vaak werk via een uitzendbureau in georganiseerde arbeidsmigratie, waarbij de reis, het werk en de huisvesting geregeld zijn. Bulgaren vinden werk en huisvesting vooral via informele contacten.

  • Roemenen en Bulgaren hebben TWV nodig om in Nederland te werken. Veel Bulgaarse migranten komen echter naar Nederland zonder TWV. Zij komen vooral terecht in informeel werk.

  • 1 op de 5 respondenten zijn 'eigen rekening werkers': zij werken als zelfstandige, maar zijn lang niet als zodanig ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Ze werken voornamelijk als schoonmaker, in de bouw en in mindere mate in de tuinbouw of als hovenier.

  • 1 op de 10 respondenten verricht hoogwaardige arbeid in Nederland, voornamelijk in de IT-industrie. Een derde van deze categorie geeft aan zich voorgoed in Nederland te willen vestigen.

  • Twee derde van de respondenten is (zeer) tevreden met de woonomstandigheden. De migranten wonen vooral in gedeelde woonruimte en betalen hiervoor gemiddeld tussen de 350 en 460 euro per maand. 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer