<span>Opinie</span>Alleen billen wassen is niet genoeg

3

Een echte ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie van wijkteams is ver te zoeken. Bij eenzaamheid, schulden, verwaarlozing, verstandelijke beperking, agressie of suïcidaliteit kom je niet weg met alleen billen wassen. Wel met een multidisciplinaire aanpak.

Weten we het nog? De 3 D-innovatie van het sociale domein? Bijna 3 jaar geleden alweer. Opeens wordt alles anders. Gemeenten mogen zich via de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning direct met haar inwoners bemoeien. Een grote ambitie barst los. ‘De regierol’-kreet is niet van de lucht.

Gelukt?
Bij de start is het gemeenten echt wel helder dat het er niet eenvoudiger op wordt. Er wordt een hoop geld ingestopt. Stapeling van problemen vraagt om een ‘integrale aanpak’. Je hoeft echt niet slim te zijn om te begrijpen dat gezondheid, schulden, werkloosheid, laag inkomen, verstandelijke beperking en psychische problemen vaak samen opgaan. De ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie is geboren. Medewerkers zijn uiterst gemotiveerd en werken zich drie slagen in de rondte. Nieuwe mensen worden geworven en bestaande omgeschoold. Wijkteams schieten als paddenstoelen uit de grond.

Twijfelachtige kwaliteit?
Samenwerken met aanbieders van specialistische instellingen doet het goed in ambtelijke nota’s. Ondersteunen van bewoners op eigen kracht en netwerk, nog beter. De overtreffende trap heet integrale hulp. Zo zou het moeten, maar al snel duikt in hippe ‘Jip-en-Janneke’-stijl de ‘keukentafel’ op. Plotseling zien we de kreet ‘één gezin, één plan, één casemanager’ op het witte doek verschijnen. De regiefilosofie is wonderwel verdwenen. Globaal komt het er op neer dat de casemanager ‘keukentafelgesprekjes’ regelt, vergadert met de wijkteamleden en kletst met de wethouder. Zo wordt de regisseur gereduceerd tot ‘oppasser’.

Hoe gaat dat?
Een inwoner trekt het niet meer en verschijnt op de agenda van het wijkteam. Tijd voor de ‘WMO-casemanager’ of collega ‘consulent’ om te praten ‘aan de keukentafel’. Gewapend met een checklistje probeert deze orde te scheppen in het gewenste pandemonium van zorg. Alle aandacht gaat daarbij uit naar de ‘mantelzorger’. Het gaat immers niet om liefde en gezelligheid, maar hoeveel familie en vrienden kunnen ‘participeren in de zorg’. Zo kan het gebeuren dat het voor de ‘niet-klagende’ mantelzorger even zwaar blijft terwijl de ‘assertieve’ mantelzorger de ‘beste ondersteuning’ voor elkaar weet te boksen.

Ontbreekt regie?
Absoluut. De aanpak is ‘versimpeld’. Ieder mens neigt er nu eenmaal subjectief en onbewust naar connecties te leggen tussen verschillende informatiegebieden. Uiteraard is een casemanager of consulent in staat te onderkennen dat verschijnselen rondom gezondheid, eenzaamheid en slecht ter been lijken samen te hangen. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Het ene kan immers zonder het andere voorkomen. Juist diepere oorzaken onder de oppervlakte roepen andere zorgvragen op. Oorspronkelijk is het de bedoeling geweest dat de ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie hiervoor de extra professionaliteit zou leveren.

Relatie en ook correlatie?
Natuurlijk kan persoonlijke verzorging, helpen bij wassen, aankleden, wc gebruik, een trapliftje of het schoon houden van het huis genoeg kan zijn. Maar bij eenzaamheid, verwaarlozing, huiselijk geweld, verstandelijke beperking, agressie of suïcidaliteit kom je niet weg met billen wassen. Wel met een multidisciplinaire aanpak. Aan de keukentafel al verschil weten tussen relatie en correlatie. Elke socioloog hoest dit zo op. Met deze kennis kan regie worden gevoerd waarmee psychiaters, wijkverpleegkundigen, maatschappelijk werkers, psychologen, huisartsen, geestelijk begeleiders of pedagogen aan de slag kunnen. Met de echte ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie van de wijkteams schieten de resultaten omhoog. Werk aan de winkel dus!

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Piet van Mourik

Directeur Stichting De regisserende Gemeente | Piet van Mourik is afgestudeerd in sociale geografie, planologie en in organisatie- en bestuurskunde. Hij vervult een groot aantal maatschappelijke (bestuurs)functies en heeft zowel als voormalig topambtenaar als zelfstandig adviseur omvangrijke gemeentelijke veranderingsprocessen geleid. Stichting De regisserende Gemeente ondersteunt overheden bij hun moderniseringstransitie waarmee ze ook in de 21e eeuw midden in de samenleving staan. Piet schreef daarvoor het boek 'De regisserende Gemeente' dat hierbij bij een groot aantal Nederlandse gemeenten geldt als standaardwerk.

3 reacties

  1. Wilbert van Deursen op

    “Een echte ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie van wijkteams is ver te zoeken” Bij het lezen van deze zin flitste mijn gedachte naar de notulen van de vergadering van de tweede kamer van 13 november 1956. Ik kwam bij deze notulen uit, omdat ik een voorbereiding aan het maken was voor onze filosofieclub. Bij het nalezen van deze notulen schrok ik van de “wens” die destijds door mejuffrouw De Vink, tweede kamerlid, werd uitgesproken:
    “ Tot mijn grote vreugde spreekt de Minister over de noodzakelijkheid van de integratie. Ook deze integratie moeten wij in allereerste instantie tot stand doen komen met als uitgangspunt de mens. De mens in nood moet zo goed mogelijk geholpen worden. Voorkomen moet worden, dat hij door de grote hoeveelheid van de soms nog te veel naast elkander werkende organisaties van verschillende zijden of in zijn persoon of in zijn gezin wordt benaderd, waardoor hij genoodzaakt wordt steeds weer aan andere personen zijn ellende en zorg toe te vertrouwen en waardoor de mogelijkheid gaat ontstaan, dat de verschillende adviezen niet op de gezamenlijke nood zijn afgesteld. Integratie dus niet allereerst om overlapping van werkzaamheden en competentiestrijd te voorkomen en om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de beschikbare middelen, ieder op zich belangrijke argumenten voor de integratie, maar integratie, die in de eerste plaats tot stand moet komen, gezien vanuit het belang van de mens. Indien ook de organisaties dit als uitgangspunt nemen, dan zullen wij een snellere en doeltreffender integratie ook vanuit de organisaties zelf tot stand zien komen”. Dus het is niet iets van de afgelopen 3 jaar, in 1956 worstelde men al met het vraagstuk.
    Het wordt weer tijd om de mens centraal te stellen en dan te kijken hoe we daar een “verdienmodel” voor kunnen bedenken. Het delen van macht en deze delen met het team en hulpvrager die samen in de uitvoering staan lijkt mij een mooie weg.

    Wilbert van Deursen,
    voormalig woonwagenwerker,
    voormalig directeur van een Welzijnsorganisatie.

  2. Tiny van der Hoek op

    De wijkteams functioneren veelal niet goed. Ook vallen er meerderen binnen een jaar om. Waarom? Ze moeten generalist zijn/worden. Dat mag en kan je niet vragen van één persoon.
    Als voorbeeld zeg ik soms schertsend; de bode van het gemeentehuis kan de burgemeester vervangen, hij komt op alle afdelingen en met de oren open wordt hij generalist. Immers hij weet van elke afdeling iets.
    Voorbeeld voor mij is de werkwijze in Rotterdam. Nee geen wijkteams voor de indicaties. Die doen de wmo ambtenaren. Gaan na een melding op bezoek bij de persoon die om hulp vraagt en neemt een professional mee. Bijvoorbeeld bij een autist gaat er iemand mee die is gespecialiseerd in het gedrag van een autist. Samen voert men het gesprek. Daarna wordt overlegd en de wmo ambtenaar neemt het advies van de specialist over en indiceert. Dat gebeurt bij elk soort vraagstelling. Vraagt men om een traplift, verbouwing, scootmobiel etc. immer gaat er een gespecialiseerd iemand mee. Zo kan je een wijkteam van een paar honderd mensen besparen door de specialist mee te nemen naar de “keukentafel” (vies woord) en een juiste indicatie stellen. De wmo ambtenaar zit ook vlak in de buurt van de afd financiën waardoor ook daar sneller kan worden geschakeld. De wijkteams kunnen wel een indicatie stellen en daar een bedrag aan koppelen maar de afd financiën zit op haar geld en soms moet er, zelfs juridisch, gevochten worden voor een indicatie op maat, een indicatie die niet in het handboek staat. Zorg op maat is belangrijk en daar is een “specialist” voor de gevraagde zorg voor nodig. Wijkteams zijn echt een te dure post voor een gemeente en het is reeds bekend dat het vaak niet werkt. Zij zijn echt geen generalist. Daarbij komt dat zij ook nog over de complexe ggz moeten beslissen. Dat kunnen ze toch niet? En de medici beroepen zich terecht op hun medisch beroepsgeheim, want de wijkteams willen alle behandelaars spreken en dat roept frictie op én bij het wijkteam én bij de behandelaars die immers een medisch beroepsgeheim hebben?

  3. Het wijkteam voelt als zeer onveilig wat betreft privacy, zeker als je je toch al onveilig voelt in de wijk. Gemeentes gaan slecht om met privacy. Daarnaast is problematiek vaak zo specifiek dat specifieke kennis vereist en daaraan kan een wijkteam niet voldoen. Voor mij geen wijkteam en één-plan-één-regisseur-gedoe TENZIJ ikzelf de regisseur mag zijn met mijn plan.

Reageer