<span>Opinie</span>Vertrouwen of controle: bestaat die keuze eigenlijk?

2

Zowel de leus ‘Vertrouwen is goed, controle is beter’ als de leus ‘controle is goed, vertrouwen is beter’ is zeer regelmatig te horen. Vooral de laatste paar jaar is er een sterk toenemende vraag om meer vertrouwen en minder (of geen) controle.

Tijdens mijn opleiding werd ik geconfronteerd met de leus ‘vertrouwen is goed, controle is beter’. Daar had ik nooit zo goed over nagedacht, maar vond het wel een mooie leus en ook goed bedacht. Ik kon me er daarom wel in vinden. Ik deed dan ook de opleiding tot Registeraccountant en kernactiviteit van een accountant is controle.

Maar is controle wel beter?
Als iets belangrijk is, is het misschien niet voldoende om iemand zomaar te geloven als hij zegt: ‘dat zit wel goed’. Zo is een jaarrekening van een onderneming, zeker als die beursgenoteerd is, iets waar nogal wat mensen hun (financiële) beslissingen van af laten hangen. Dat deze cijfers dan door een onafhankelijk deskundige worden gecontroleerd is verstandig.
Betekent dat nu dat je de leiding van die onderneming niet vertrouwt? Nee, maar je houdt rekening met het feit dat ze er belang bij kunnen hebben om zaken anders (mooier) voor te stellen.

Hetzelfde geldt voor operaties, zaken rondom chemie en energie en tal van andere zaken: als iets door iemand is gedaan, is het wijs om te checken of het ook echt helemaal goed is. Controle dus, in dit geval op fouten.

Fouten en fraude
Fouten worden altijd, overal en door iedereen gemaakt. Dat is in heel veel gevallen helemaal niet erg, maar daar waar dat wel heel erg zou kunnen zijn, moet je maatregelen treffen om die fouten te voorkomen.

En dan het onderwerp fraude, waar ik eerder iets heb gepubliceerd op managementsite over de fraude driehoek: de 3 factoren die er samen voor zorgen dat iemand tot fraude over kan gaan: Gelegenheid, Noodzaak en Rationalisatie. De meeste fraudeurs plegen fraude voor de eerste keer, het is dus geen gewoonte, maar ontstaat vooral door omstandigheden. Geen reden voor wantrouwen dus, maar wel om verstandige maatregelen te treffen om te voorkomen dat er gefraudeerd wordt.

Hekel aan controle
Wie heeft er nu niet een hekel aan controle? Je loopt altijd het risico dat je op een fout betrapt wordt of dat er gezegd wordt dat je iets beter op een andere manier had kunnen aanpakken. Kritiek, en dat is helemaal niet lekker. Maar aan de andere kant weet je dat kritiek je ook op scherp kan zetten en dat je er van kunt leren. Er is dus ook genoeg positiefs te halen uit controle. Maar hier doet zich hetzelfde probleem voor als er speelt rond de fenomenen aanspreken en feedback geven: het zijn prachtige en eigenlijk ook noodzakelijke hulpmiddelen om het leren en ontwikkelen binnen een organisatie zo goed mogelijk vorm te geven. Maar we kunnen er slecht mee om gaan.

Een minstens zo belangrijke factor bij onze hekel aan controle is dat er tegenwoordig zo veel gecontroleerd moet worden. En dat er zo veel moet worden vastgelegd om controle mogelijk te maken. Dit heeft niet zo veel met de controleurs te maken als wel met de beleidsmakers en de leidinggevenden, die een sfeer creëren dat er niets mis mag gaan. Een onzinnige houding en bovendien dodelijk voor het leervermogen binnen de organisatie.

Vertrouwen
Vertrouwen is prettig. Het bevestigt je status als vakman (of vakvrouw). Het bevestigt het feit dat je ook als persoon als betrouwbaar gezien wordt. Het is herkenning en erkenning van jou als professional. Het is de bevestiging van het feit dat je goed bezig bent. Het is waardering.

Belangrijk vind ik de volgende vraag: wat vind je er van als je leidinggevende eigenlijk helemaal geen verstand heeft van wat jij doet? Wat vind je er van als je leidinggevende zo ver af staat van de uitvoering dat hij eigenlijk helemaal geen zicht heeft op wat je doet, wat je presteert. Vind je het dan nog steeds fijn dat je dat vertrouwen krijgt, of zie je het dan alleen maar als slecht management?

De manager moet zicht hebben op wat je doet en hoe je het doet. Dat zijn vormen van controle! Pas met deze controle krijgt het vertrouwen ook waarde.

Vertrouwen en Controle gaan hand in hand!
Vertrouwen is nog steeds goed, het zou volgens mij zelfs de basis voor je organisatie moeten zijn, maar een toefje controle hoort daar wel bij. Het is geen vraag wat beter is, in de zin van een keuzevraagstuk. Er is geen sprake van óf controle óf vertrouwen. Vertrouwen is een prachtige, positieve en opbouwende houding om met elkaar om te gaan in een gemeentelijke organisatie. Je moet dus altijd proberen vanuit dit principe de organisatie (cultuur) vorm te geven. Maar vertrouwen zonder controle is blind vertrouwen en dat is vragen om moeilijkheden.
Controle hoort bij vertrouwen en versterkt het, maar dan moet het wel met mate worden toegepast.

Lees hier meer over in mijn gratis mini e-Boek “Herstel het Vertrouwen”.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Hans Doorenspleet

Organisatiecoach Hans Doorenspleet heeft een passie voor verbetering van de prestaties van organisaties die hij samen met de klant realiseert. Om zo als observator, onderzoeker, vragensteller en dwarsdenker organisaties te helpen bij het realiseren van verbeterde prestaties. Zijn passie is om beweging te krijgen in organisaties die volgens iedereen volkomen vast zitten, vooral door medewerkers weer serieus te nemen. Zijn eigen ervaringen, maar ook zaken waarover hij zich verwondert, vormen de basis van zijn publicaties. Download hier zijn gratis boek 'Herstel het vertrouwen >>

2 reacties

  1. Mooi stuk! Controle heeft vaak een negatieve klank omdat het wantrouwen impliceert. Een veel gehoorde term die de negatieve lading weghaalt is “In control” zijn. In goed Nederlands “het onder controle hebben”. Het gaat erom dat je het als leidinggevende onder controle hebt.
    Bij medewerkers die het nog niet weten heb je de taak te instrueren. Dat doe je als manager zelf of je delegeert het aan een vakman die weet hoe het moet. Zodra je weet dat hij/zij de basis onder de knie heeft ga je coachen (of laat je een excellente vakman deze medewerker coachen). Pas als de medewerker zelf een vakman is, die begrijpt wat hij/zij moet doen kun je delegeren. Ook als je gedelegeerd hebt, blijf je eindverantwoordelijk en moet je dus in control zijn. Dat kan vaak heel gemakkelijk door op gezette tijden data te analyseren en een steekproef te nemen. Door periodiek (liever elke maand kort dan 1x per jaar lang) te bespreken of de gedeelde visie nog aanwezig is, hou je het onder controle. Elkaar vertrouwen en in control zijn.

  2. Vertrouwen is een wezenlijk kenmerk van de democratie, maar ook van gezond samenleven. Toch kan het openbaar bestuur (en de samenleving als geheel) niet zonder controle. Vertrouwen zonder controle is naïef. Het louter baseren op vertrouwen miskent de behoeften van velen om misbruik te maken van anderen. Jammer, maar zo zit de wereld (i.c. mensen) nu eenmaal in elkaar.
    Er zijn al heel veel studies verschenen die ons vertellen dat overheidsinstrumenten die hoofdzakelijk gebaseerd waren op vertrouwen tot grote maatschappelijke ellende hebben geleid. Ik heb er zelf ook studie naar gedaan (milieusector). Kortom: vertrouwen en controle gaan hand in hand.
    In het sociaal domein geldt als nieuwste adagium: high trust, high penalty. Dus moet er wel degelijk controle zijn. We zijn helaas niet van die lieverdjes die altijd het goede (met anderen) voor hebben.